De meeste mensen hebben de ‘hockeystick’ wel eens gezien – de grafiek die pretendeert aan te tonen dat de temperatuur op aarde, na eeuwenlang ongeveer gelijk te zijn gebleven, in de tweede helft van de 20ste eeuw opeens als nooit tevoren omhoog is geschoten. De oorzaak daarvan is, zo wordt ons verteld, dat de mensheid de fossiele brandstoffen opgebruikt en CO2
in de atmosfeer uitstoot. Een tijdlang was de hockeystick alom aanwezig - als het onomstotelijke bewijs dat de mensheid onze planeet aantast en dat drastische maatregelen nodig zijn om dat te keren. Zijn bekendste optreden beleefde hij een jaar of wat geleden in Al Gore’s documentaire speelfilm ‘Een ongemakkelijke waarheid’. Het beeld van die lange, dunne grafiek die de dramatische temperatuurstijging van de jongste tientallen jaren weergaf en de daarbij getoonde totale verbijstering van het publiek, is voor veel milieuactivisten zoiets als een sleutelmoment.
Maar niet lang daarna werden de hockeystickgrafiek en zijn belangrijkste bedenker, Michael Mann, op de korrel genomen door de gepensioneerde Canadese statisticus Steve McIntyre die het in een aantal wetenschappelijke artikelen en op zijn weblog Climate Audit opnam tegen de nieuwbakken statistische methoden van de hockeystick-auteurs. McIntyre toonde aan dat Mann c.s. bevooroordeeld waren geweest door hun temperatuurgegevens te ontlenen aan de jaarringen van bepaalde bomen en doordat zij een hockeystickvormige grafiek boven andere mogelijke grafiekvormen hadden verkozen. Zijn kritiek was ook dat zij de R2 controle niet openbaar hadden gemaakt - een statistische maatregel om te zien of de gereconstrueerde temperaturen met de werkelijk gemeten temperaturen overeenkomen. Met name wees hij erop dat de vormgeving van de grafiek alleen berustte op een schatting van vroegere temperaturen aan de hand van jaarringen van één bepaalde naaldboom, de ‘stekelden’, die - naar toen al bekend was - voor dit soort temperatuurreconstructie van twijfelachtige waarde is.
De nu volgende strijd duurde jaren. Met schuimbekkende panelleden, ontelbare blogberichten, eindeloze scheldpartijen en slinkse toespelingen op duistere motieven en belangentegenstellingen. In mei 2005, op het hoogtepunt van de strijd en net op de dag dat McIntyre in Washington in een van zijn schaarse optredens zijn bevindingen ter discussie stelde, brachten twee van Michael Manns medestanders, Caspar Ammann en Eugene Wahl, een & Amman">persbericht uit met de mededeling dat zij twee artikelen ter publicatie hadden aangeboden aan twee verschillende wetenschappelijke tijdschriften waarin beschreven werd dat zij tot precies dezelfde hockeystickgrafiek waren gekomen (als Michael Mann), de statistische grondslag ervan bevestigden en aantoonden dat McIntyre’s kritiek elke grond miste. Het werd gepresenteerd als een onafhankelijke bevestiging van de hockeystick. Er gingen niettemin hier en daar enkele wenkbrauwen omhoog over de twijfelachtige manier om een wetenschappelijke bevinding aan te kondigen via een persbericht. Normaal doet men zoiets bij artikelen die reeds gepubliceerd of toch op z’n minst voor publicatie geaccepteerd zijn. Een persbericht uitbrengen omdat je een artikel op de post hebt gedaan is zeer ongebruikelijk.
Het eerste van deze twee stukken (‘het GRL-artikel’) was ingediend bij het Geophysical Research Letters, het tijdschrift van de American Geophysical Union. Het was een weerlegging van een eerder artikel van McIntyre in hetzelfde tijdschrift. Diens artikel was behalve door Ammann en Wahl nog door drie andere wetenschappers aangevallen. Natuurlijk waren sommige daarvan beter opgesteld dan andere. Het artikel van Ammann en Wahl werd nogal snel afgewezen omdat veel van de erin vervatte kritiek op andere stukken van McIntyre sloeg of op hun andere artikel (‘het CC-artikel’) steunde. Omdat dat laatste nog niet geplaatst was, kon McIntyre zich er dus onmogelijk tegen verweren. Niet lang nadat het artikel van Ammann en Wahl was geweigerd, werd ook een andere poging om McIntyre te weerleggen, die van een natuurkundige David Ritson, door de redactie van het tijdschrift afgeschoten.
Ondertussen was Ammann en Wahls tweede, langere, artikel (het ‘CC-artikel’) een lange weg naar publicatie in het tijdschrift Climatic Change ingeslagen. Dit artikel pretendeerde een onafhankelijke herhaling te geven van de hockeystickgrafiek en een bevestiging van de wetenschappelijke juistheid ervan. In een schalkse wending verzocht vervolgens de redacteur Steven Schneider - een overtuigd aanhanger van de opwarmingstheorie - aan niemand anders dan Steve McIntyre zelf om als anonieme peer reviewer op te treden.
Zoals we hiervoor hebben gezien, was één van voornaamste kritieken op de hockeystickgrafiek dat zijn schepper Michael Mann de controlestatistieken had achtergehouden zodat niemand kon nagaan of de grafiek betrouwbaar was. Die statistieken worden de kern van het nu volgende verhaal.
Ten tijde van hun persbericht hadden Wahl en Ammann ook de computercode die zij voor hun artikelen hadden gebruikt bekend gemaakt en toen hun CC-artikel was ingediend, had McIntyre dat precies met zijn eigen werk vergeleken zodat elk verschil hem duidelijk was. Daardoor zag hij nu dat het artikel van Wahl en Ammann aan hetzelfde euvel leed als de hockeystick zelf: het R2 getal was zo laag dat de hele grafiek geen enkele betekenis leek te hebben, ook al was een ander getal, dat van de foutreductie (of RE) wel vrij hoog. In Ammann en Wahls artikel werd echter alleen dat laatste getal genoemd (dus niet de R2). Anders gezegd: in plaats van de wetenschappelijke integriteit van de hockeystick te bevestigen, bevestigden Ammann en Wahl nu juist McIntyres kritiek erop!
McIntyre’s eerste daad als peer reviewer was dan ook om van Ammann en Wahl de controlestatistieken van hun hockeystickgrafiek op te vragen. Als R2 inderdaad dichtbij 0 zou blijken te liggen (zoals McIntyres berekeningen aangaven), zou dat de waarde van Ammann en Wahls werk een ernstige klap toebrengen.
Wahl en Ammanns antwoord was om elke toegang tot hun controlegetallen te weigeren! Dat was een duidelijk schending van de regels van het tijdschrift. Om deze buitensporige daad te rechtvaardigen beweerden zij dat zij McIntyres kritiek al hadden weerlegd in hun andere stuk, het ‘GRL-artikel’ - dat echter nu juist een paar dagen eerder door dat tijdschrift was geweigerd. Nadat McIntyre begin juli 2005 zijn bespreking van het CC-artikel af had, vroeg hij de hoofdredactie om eens bij de GRL na te gaan voor wanneer het andere artikel daar gepland was. Wahl en Ammann moesten toen wel erkennen dat hun artikel daar was geweigerd maar zij verklaarden dat dat onterecht was en dat zij elders publicatie gingen zoeken.
Nu de bevestiging van de hockeystickgrafiek in duigen lag, hadden redelijke mensen misschien verwacht dat dit enige invloed zou hebben op het klimaatdebat. Maar door-gewinterde waarnemers waren er minder verbaasd over dat vergrijsde voorstanders van de opwarmingstheorie als sir John Houghton en Michael Mann gewoon doorgingen uit de twee stukken van Wahl en Ammann te citeren, ook al zat hun CC-artikel nog steeds in de publicatiewachtkamer en was hun GRL-artikel blijkbaar dood en begraven. Ook hun persbericht werd niet ingetrokken.
Maar opnieuw gebeurde er iets onverwachts. De afhandeling van de kritiek op McIntyres artikel in Geophysical Research Letters werd overgenomen door de hoofdredacteur van het tijdschrift zelf, Jay Famiglietti. Volgens deze omdat er zoveel reacties - namelijk vier - op waren binnengekomen. Dat twee van die reacties waren geweigerd en geen rol meer speelden, werd er niet bij gezegd. Eind september 2005 werd de echte reden voor de verandering duidelijk: de eerder afgewezen reactie van David Ritson bleek toch voor plaatsing te zijn aangenomen. Dat was opnieuw een overtreding van een regel van het tijdschrift, namelijk dat de schrijver van een geplaatst artikel (hier: McIntyre) zijn visie mag geven op reacties voordat die eventueel geplaatst worden. Famiglietti weigerde elk openbaar commentaar op zijn besluit.
Als McIntyre over mogelijke kwade trouw van Famigliettis al wat vermoedens had dan werden die zekerheid toen hij op het blog RealClimate van Michael Mann - de uitvinder van de hockeystickgrafiek - las dat de twee stukken van Ammann en Wahl nu binnenkort toch geplaatst zouden worden. In de laatste week van september 2005 werd het GRL-artikel opnieuw ingediend en het CC-artikel verbeterd. Beide artikelen deden weer volop mee.
Twee gebeurtenissen later in dat jaar wierpen hun schaduwen vooruit. Het eerste was de einddatum voor het inleveren van stukken voor het Vierde rapport van het IPCC
over de stand van het klimaat. Bij McIntyre en waarnemers daagde nu het besef waar het met het GRL-artikel om ging: het IPCC had Ammann en Wahls artikelen nodig om de hockeystickgrafiek met haar angstaanjagende en unieke temperatuuropzwaai voor haar rapport te kunnen blijven gebruiken. Bergen zouden worden verzet om de twee artikelen binnen boord te houden.
De tweede belangrijke gebeurtenis was de herfstvergadering van de American Geophysical Union met veel grote namen op het gebied van klimaatgeschiedenis, waarop zowel McIntyre als Ammann een voordracht zouden houden. McIntyre wilde in het vragenrondje na Ammanns voordracht opnieuw aandringen op het R2 controlegetal van de hockeystickgrafiek, een getal dat nooit openbaar was gemaakt hoewel daar in de voorafgaande jaren door McIntyre zelf, door tijdschriften, politici en journalisten constant naar gevraagd was. Maar toen Ammann die vraag werd voorgelegd, draaide hij er natuurlijk weer omheen.
Na de vergadering probeerde McIntyre de sfeer op te klaren door Ammann voor de lunch uit te nodigen. De omstandigheden in aanmerking genomen schijnt die nog vrij vriendelijk verlopen te zijn maar McIntyres voorstel om in een gezamenlijk artikel duidelijk vast te leggen waarover zij het eens waren en waarover zij van mening verschilden, werd niet aangenomen. Toen McIntyre zijn voorstel later in een e-mail bevestigde, negeerde Ammann het zelfs.
Terwijl de AGU aldus in San Francisco in vergadering was, had het tijdschrift Climate Change Ammann en Wahls CC-artikel ‘voorlopig’ geaccepteerd en het risico dat McIntyre bezwaar zou kunnen maken ontlopen door hem voor het bespreken van deze tweede versie gewoon over te slaan (als peer reviewer). De tweede versie van het CC-artikel bleek echter bijna gelijk aan de eerste behalve dat er, vermoedelijk als voorwaarde voor plaatsing, een deel over de statistische onderbouwing was toegevoegd. En hierin zat een opsteker want diep in het artikel verborgen hadden Ammann en Wahl nu gewoon hun R2 controlecijfers onthuld. En die lagen, net als McIntyre voorspeld had, voor het grootste deel vlakbij nul, een sterke aanduiding dat de hele hockeystickgrafiek weinig voorspellende waarde heeft. Waarom Ammann en Wahl deze kerngegevens nu wel onthulden blijft duister maar kan misschien zijn oorzaak hebben in McIntyres besluit om bij Ammanns werkgever, de UCAR, een klacht tegen hem in te dienen wegens academische kwade trouw. Hoewel de klacht werd verworpen kan daardoor toch genoeg druk op Ammann en het tijdschrift zijn gezet om eindelijk voor de dag te komen met de cijfers die iedereen wilde zien.
De datum waarop het CC-artikel ‘voorlopig’ aanvaard werd, was 12 december 2005, een paar dagen voor de uiterste datum van de sluiting van het vierde IPCC-rapport. Maar de uiteindelijk aanvaarde versie schijnt merkwaardigerwijze te zijn gedateerd op 24 februari 2006. Volgens de regels had de IPCC het dus eigenlijk niet in aanmerking mogen nemen. Sterker nog: de nieuwe gedeelten met de toegevoegde statistieken schijnen pas in het nieuwe jaar te zijn toegevoegd. Zoals McIntyre schrijft:
“Zou de IPCC volgens haar eigen regels naar Ammann en Wahl, 2006, mogen verwijzen? Natuurlijk niet. Maar zullen ze het doen? Dat antwoord kennen we allemaal. En als zij naar Ammann en Wahl, 2006, verwijzen, wijzen zij er dan ook op dat onze eis tot controle op de R2 statistieken daarin ingewilligd wordt? Natuurlijk niet. Want die informatie hadden zij in december nog niet. Of wacht eens even: als Ammann en Wahl in december ter perse ging, zou de IPCC die informatie dan echt nog niet gehad hebben? O, wat ben ik toch onnozel.”
Het andere woorden: de versie van het artikel die naar het IPCC ging bevatte de controlestatistieken (R2) niet maar de versie die door CC geplaatst is, bevatte deze wel. Zo kreeg de IPCC haar weerlegging van McIntyre en het tijdschrift CC een vijgenblad van eerbiedwaardigheid om zijn schijnheiligheid te bedekken.
Tegen maart 2006 was het CC-artikel volledig aanvaard, maar toen doemde er weer een obstakel op. Het tijdschrift de Geophysical Research Letters besloot ondanks zijn eerdere gesjoemel - het vervangen van een redacteur, het achteraf plaatsen van al verworpen reacties - toch nog om Ammann en Wahls artikel met de weerlegging van McIntyre te weigeren. Zogenaamd omdat de argumenten “al bekend waren” maar in feite wel zeker omdat er zoveel gaten in de statistische argumenten zaten dat publicatie het tijdschrift in verlegenheid zou brengen.
Die hernieuwde weigering werd dan weer een probleem voor het tijdschrift Climatic Change. Als onderzoekers een R2 controle toepassen, gebruiken zij tabellen met criteria. Maar nadat Ammann en Wahls’ ‘bevestiging’ van de hockeystickgrafiek openbaar was gemaakt, argumenteerde Ammann dat de juiste controle eigenlijk via de alternatieve RE statistiek liep. Het probleem daarbij is dat er in de RE-statistiek geen criteriatabellen bestaan - de onderzoeker moet met andere middelen zijn eigen criterium vaststellen. En dat had Ammann nu juist gedaan in het GRL-artikel dat alsnog verworpen was. Zonder het GRL-artikel kon hij zelfs niet volhouden dat zijn in het CC-artikel genoemde resultaten enig statistisch belang hadden.
Wel bestaat er voor RE-statistieken een vuistregel die zegt dat positieve RE-getallen enige betekenis hebben maar negatieve niet. Helaas voor Ammann is deze alleen van toepassing op lineaire regressies en aangezien de hockeystickgrafiek duidelijk niet lineair is, was deze vuistregel hier niet van toepassing. De oorspronkelijke uitvinders van de hockeystickgrafiek hadden gezegd dat zij met andere middelen een criterium hadden vastgesteld en dat het getal dan nog steeds 0 bleef. Nu verklaarden Ammann en Wahl, die zich er in hun eerste versie niet over uitgesproken hadden, dat zij criteria hadden berekend die bevestigden dat het significantieniveau voor de RE 0 zou moeten blijven.
Nu de GRL het artikel voor de tweede keer had afgewezen was een wetenschappelijke aanvaarding van dit criterium echter uitgesloten en kwamen ook de statistische argumenten uit het CC-artikel, die op het criterium berustten, in de lucht te hangen.
Er volgde een stilte. Een jaar later was het CC-artikel nog niet in zicht, ook al was het al die tijd voor plaatsing geaccepteerd. Opnieuw was het in een soort wachtkamer blijven steken. Daardoor bleven IPCC en Climatic Change met een probleem zitten. McIntyre schreef:
“Ik ben benieuwd hoe die laatste versie van Ammann en Wahl eruit zal zien. Zij staan voor een spannende keuze: de vermelding van hun stuk in AR4 gebeurde in de aanname dat dat al ‘ter perse’ was en daarom kunnen zij er nu achteraf niet meer het geweigerde GRL-artikel in verwerken. Maar toch moet dat want zij kunnen dat laatste, meer dan anderhalf jaar nadat het geweigerd is, toch niet meer als ‘in bewerking’ betitelen.”
Maar op de achtergrond was intussen veel bekokstoofd. In september 2007 verscheen het CC-artikel plotseling in Climatic Change, voorafgegaan door een ander artikel van dezelfde schrijvers. Ammann en Wahl hadden rustig toestemming gekregen om hun door GRL afgewezen artikel te herschrijven en aan CC aan te bieden. Elke verwijzing in het CC-artikel naar het afgewezen GRL-artikel was gewoon vervangen door een verwijzing naar het nieuwe stuk. Met identieke schrijvers en een web van verwijzingen heen en weer, waren de twee CC-artikelen zorgvuldig zo opgezet dat het de lezer zo moeilijk mogelijk werd gemaakt om te begrijpen hoe argumenten elkaar ondersteunden.
De schoonheid van deze oplossing was dat de oorspronkelijke aanvaardingsdatum voor het CC-artikel en daardoor de opname in het IPCC-proces zo overeind konden blijven. Wel bleef het vervelende probleem bestaan dat een zogenaamd in maart 2006 aanvaard stuk steunde op een ander waarvan zelfs het tijdschrift zelf zei dat het pas in augustus 2006 was ontvangen (in werkelijkheid nog later). De lezer bedenke dat dit van belang is want als het artikel niet voor de vereiste datum door het tijdschrift was ontvangen dan had het ook niet door het IPCC kunnen worden aanvaard voor vermelding in haar vierde voortgangsrapport. Maar het IPCC had het artikel nu eenmaal nodig en hoewel zij op de overtreding van de regels is gewezen, werd dat als niet ter zake doende weggewuifd.
De argumentatie in het CC-artikel ging van de tekst naar het bijvoegsel en vandaar weer naar het ‘nieuwe’ artikel waar dan weer werd terugverwezen naar het CC-artikel waardoor een keurig, zij het logisch verkeerd, cirkelargument ontstond. Een opmerkelijke trek in beide stukken was dat sommige van de belangrijkste argumenten waren ondergebracht in ‘Supplementary Information’, die alleen op internet te raadplegen was. Met name in het ‘nieuwe’ herschreven-artikel stond dat de statistische ondersteuning en speciaal de RE-criteria daar te vinden waren. Hoofdargumenten in Supplementary Information onder te brengen is hoogst ongewoon en de reden bleek al gauw: die Supplementary Information was nergens op internet te bekennen! Zelfs de vakgenoten die de twee artikelen mochten bespreken schijnen haar niet onder ogen te hebben gehad en ook McIntyres verzoek om de informatie en de code werd door Ammann opnieuw geweigerd. Zijn antwoord op het verzoek luidde (en bedenk daarbij dat Ammann ambtenaar is):
“Waarom zou ik onder zulke omstandigheden zelfs maar de moeite doen uw vragen te beantwoorden, is dat niet zuiver tijdverlies?”
Weer viel er een algemene stilte in. Een jaar lang werd niets meer over de twee artikelen vernomen. McIntyre drong vanuit zijn blog aan op het vrijgeven van de Supplementary Information en de politici konden rustig gebruik maken van de politieke ruimte die door het IPCC-rapport geschapen was. Toen, een paar weken geleden (zomer 2008), verscheen de Supplementary Information volkomen onaangekondigd op Caspar Ammanns website, een jaar of drie na het persbericht waarin de weerlegging van McIntyres werk werd aangekondigd. Bij de informatie zat als buitenkansje voor McIntyre ook de code om het criterium voor het RE-getal te bepalen. In niet meer dan een paar dagen kon McIntyre nu precies vaststellen wat er gebeurd was.
Ammann en Wahl hadden beweerd dat zij een 0-criterium hadden vastgesteld voor een 99% significante RE-score – dat betekent dat er maar 1% kans is dat die score door toeval is verkregen. McIntyre had al eerder aangetoond dat er, als men lukraak door het proces gaat, scores van meer dan 0,5 worden verkregen. Om de foutenmarge tot 1% te verkleinen is er in feite een RE-getal van 0,54 nodig. Hoe Ammann dan tot het getal 0 kon komen was een mysterie.
Maar nu, met de code voor zich, kon McIntyre eindelijk zien wat Ammann en Wahl gedaan hadden. Om te beginnen hadden zij bijna precies hetzelfde getal berekend als hijzelf! Zij waren uitgekomen op 0,52, maar een haar verschil met McIntyres eigen 0,54 - alleen hadden zij de wereld gemeld dat elk positief getal op zichzelf genoeg was! En natuurlijk was dit niet opgemerkt door de vakgenoten die hun artikelen besproken hadden want die hadden geen toegang gehad tot de Supplementary Information. Maar het doel van de IPCC was bereikt - de hockeystickgrafiek was ‘gered’ en onveranderd opgenomen in het vierde Voortgangsrapport, niet beschadigd door schermutselingen met ongemakkelijke statistische waarheden.
Voor Ammann en Wahls doelstelling was het getal 0,52 echter niet goed genoeg. Hun probleem was dat het sleutelonderdeel van de hockeystick een controlegetal van 0,48 had, uitdagend vlak onder hun eigen berekende criterium. Dat getal moest dus wat omhoog maar dat bleek niet mee te vallen. Voor elke simulatie ging men duizend keer door de statistische worstmachine en elke keer werd het RE-getal, het verband met de gemeten temperatuur, vastgesteld. Daarna werden alle reeksen naar hun RE-waarde gesorteerd, de beste reeksen hadden het hoogste RE en de slechtste het laagste. Ammann en Wahl moesten aantonen dat het RE van de hockeystick overeenkwam met dat van de beste simulaties - met de hoogste 1% daarvan. En hoewel het RE hoog was, was het niet goed genoeg. Het had ook geen zin om simulatiereeksen met een hogere score dan de hockeystick weg te laten. Dat zou de positie van de hockeystick niet genoeg verbeteren omdat dan niet alleen het aantal reeksen met een hogere score maar ook het totale aantal reeksen minder zou zijn geworden. Om het beoogde resultaat te krijgen, moesten de hoger scorende reeksen lager worden gemaakt dan de hockeystick en ook in de berekening mee blijven tellen.
Om dit te bereiken bedachten Ammann en Wahl een waarde die zij de calibratie/verificatie RE verhouding noemden. Zoals de naam zegt is dit de verhouding tussen de RE-getallen voor correctie en controle. Zo’n verhoudingsgetal is totaal onbekend in de statistiek of enige andere tak van wetenschap. Maar het was niet uit de lucht gegrepen. De verhouding en de drempelwaarde waren door Ammann en Wahl naar behoefte bepaald. Zij stelden vast dat elke reeks met een verhoudingsgetal van minder dan 0,75 een score van -9999 toegewezen moest krijgen. Aangezien de hockeystick zelf 0,813 scoorde, was 0,75 op die manier zo’n beetje het hoogst haalbare cijfer zonder de hockeystick zelf in gevaar te brengen. Als de drempelverhouding echter te laag was vastgesteld, zouden niet genoeg reeksen worden verworpen en de hockeystick niet langer “99% significant” zijn.
Sommige resultaten van deze werkwijze kunnen volkomen verdorven worden genoemd: een simulatiereeks die in de correctie een redelijk goede RE gescoord had (een goed verband toonde met het feitelijke temperatuursverloop), kon niettemin voor de eindbeoordeling worden uitgeworpen omdat hij het in de controle heel goed gedaan had - het verband met het werkelijke temperatuursverloop werd als te goed beschouwd!
Met deze nieuwe en werkelijk helemaal zelfbedachte methode konden Wahl en Ammann een aantal van die simulatiereeksen weggooien die de hockeystickgrafiek in de weg stonden voor wat zij zagen als haar rechtmatige plek als de gouden standaard voor klimaatreconstructie. Dat de statistische grondslagen voor dit zandkasteel uit een moeras van valse voorstellingen, bedrog en kwade trouw bestond, deed er voor Wahl en Ammann niet toe. De hockeystick was voor politiek en publiek gebruik gered en klaar om nog jarenlang als gids voor politieke besluitvorming te dienen..
Dit artikel is geschreven door de maker van het weblog ‘Bishop Hill’ (Geen bisschop , en hij heet ook geen Hill, hij is gewoon een Schot). Het heette eerst ‘Caspar en het Jezus artikel’, maar die naam wordt zelfs door de auteur niet goed gevonden. Daarom heeft de Klimatosoof een andere titel gekozen. Vertaling: Rob van Altena
dag ferdinand,
Je kunt hier - nog eens - publiek op Ernst Beck reageren:
http://www.vrijspreker.nl/wp/2008/08/milieu-hoax-of-niet/
Afgelopen tijd heb ik besloten maar eens af te gaan koelen, ik schrok zelf toen ik mijn laatste reactie terug las. Mijn excuses aan de heer Richel en andere medewerkers aan de site, dit was onverdiend.
Meneer de woedende kok, ik wens u en uw zoontje verder het beste.
Kijkt u toch nog een keer op mijn website, de hockeystick curve zien we overal en daarvoor heb ik een discussie tussen Mann en Crox helemaal niet nodig.
http://home.hccnet.nl/e.schrama/klimaatpagina.htmAls docent en onderzoeker ben ik de volgende mening toegedaan: het heeft geen zin de hockeystick te ontkrachten, want je ziet hem overal. Geloof je het niet? Probeer dan na te doen wat ik gedaan heb op mijn homepage (zou nuttig zijn om fouten op te sporen). Ik heb diverse kanten van de discussie gevolgd en kan tot geen andere conclusie komen.
De andere vragen die je stelt zijn een ander probleem waar ik ook geen antwoord op heb. Behalve 1 dan, is de mens verantwoordelijk. Het antwoord hierop is dat er langzamerhand zoveel aanwijzingen zijn dat ik me nauwelijks meer kan voorstellen dat het anders zou kunnen zijn.
Opvallend genoeg krijg ik vaag genoeg verwijten te horen dat het propageren van de hockeystick alleen maar linkse propaganda is. Ik zie het puur technisch en wetenschappelijk, en wou de politiek er buiten laten.
Beste Ernst,
Om een goede analyse te maken van de data die jij in diverse grafieken hebt weergeven, heb je gegevens over een veel langere periode nodig, bijv. miljoenen jaren en bij voorkeur over enkele honderden miljoenen jaren. Daarnaast zou je de geschiedenis van de aarde moeten kennen om deze analyse te kunnen ondersteunen. Dat is gewoon niet mogelijk, jammer genoeg.
De data die jij presenteer beslaan een periode van enkele decennia tot enkele honderden jaren. In geologisch perspectief stelt dat niets voor en je kan daar moeilijk conclusies uit trekken. Mijn gezond verstand zegt dat de aarde in het verleden ook klimaatveranderingen heeft ondergaan zonder dat de mens daarbij een rol heeft gespeeld of daar invloed op heeft kunnen uitoefenen.
Er zijn klimaat"realisten" die de stijging van de van de temperatuur op aarde aan een bepaald natuurlijk fenomeen toewijzen (aantal zonnevlekken, bewolking, etc.) (ik ga daarbij voorbij aan de vraag of je wel een gemiddelde temperatuur voor de aarde kan berekenen), maar er zijn ook velen die gewoon zeggen: "We weten het niet". En dat is naar mening het juiste antwoord, namelijk dat onze kennis van het klimaat gewoon onvoldoende is om een oordeelkundig antwoord te kunnen geven. Henk Tennekes is zelfs van mening dat ook in de toekomst de mens deze vragen niet kan beantwoorden.
Ja, de mens heeft invloed op het klimaat omdat hij invloed uitoefent op zijn omgeving. Deze invloed is voornamelijk regionaal en ontstaat voornamelijk door verandering van de omgeving (bebouwing, ontbossing, etc.). Dat is een verandering die we niet (meer) ongedaan kunnen en waarschijnlijk ook niet meer willen maken. De website van Roger Pielke Sr geeft daar meer informatie over. http://climatesci.org/
Je stelt dat er aanwijzingen zijn dat de mens verantwoordelijk is voor de huidige klimaatverandering. Ik wil daarom graag iets tegen je aanhouden waarbij in eerste aanleg aanwijzingen een doorslaggevende rol hebben gespeeld. In de zaak Lucia de B. waren er in eerste aanleg heel veel aanwijzingen dat zij als verpleegster meerdere mensen in ziekenhuizen zou hebben vermoord. Alle aanwijzingen wezen in haar richting. Een kleine groep mensen hadden echter hun twijfels en hebben deze aanwijzingen eens wat nader tegen het licht gehouden. Het resultaat is je wellicht bekend. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lucia_de_B
Je stelling dat de hockey stick curve overal aanwezig is, is gebaseerd op een beperkte hoeveelheid data. Indien we over meer data zouden beschikken, kan de mogelijkheid niet worden uitgesloten dat deze data meer hockey sticks laten zien. Ik ben van mening dat er veel te weinig data is om ook maar een oordeel te kunnen vormen over hoe klimaat zich in het verleden heeft gedragen, laat staan hoe het klimaat er in de toekomst zou kunnen uitzien.
Als we daarbij optellen het feit dat het toekomstig klimaat is gebaseerd op computermodellen, de geheimzinnigheid over en het achterhouden van data voor nadere analyse, de hysterie van politici, bepaalde NGO’s en belangorganisatie zonder dat er een zorgvuldig debat heeft plaatsgevonden, dan heb ik toch zo mijn twijfels over de houdbaarheid van het begrip Global Warming / Climate Change als een bedreiging voor de mensheid.
Beste Timo,
Vanavond heb ik een aantal opmerkingen toegevoegd aan de homepage, er zit wel degelijk een grafiek bij die 5 ijstijden teruggaat, en de interpretatie van die grafiek heb ik toegevoegd.
Het enige wat ik nodig heb uit die geologische data is de temperatuur CO2
relatie.
Tevens heb ik wat indrukken weergegeven over de geldigheid van de jaarring analyses en de debatten die daarover lopen.
Ernst
De discussie over het CO2
temperatuur verhaal in de ijstijden heb ik ook op mijn homepage beschreven. Dit mechanisme is begrijpelijk, en je moet het niet verwarren met het huidige klimaat.
De bug in de software van Mann et al is een COMPLEET ander verhaal wat helemaal niets te maken heeft met Mann et al.
De hockeystick is ook niet gefabriceerd, wat alleen al blijkt uit het feit dat diverse andere onderzoeker ook met de hockeystick naar voren komen zonder dat de PCA/EOF methode gebruikt worden.
Speel het eens een keer niet op de persoon, maar kom eens met betere informatie waaruit blijkt dat de mens niet verantwoordelijk zou zijn voor de opwarming van de aarde, want dat is waar het debat continu over gaat.
http://home.hccnet.nl/e.schrama/klimaatpagina.htm#_3.3_Ice_core
De andere onderzoekers gebruiken dezelfde problematische proxies, zoals bijvoorbeeld stekeldennen, enkele gebruiken zelfs direct PC1 van Mann! Als dat niet gebeurt krijgen we een heel ander beeld:
http://www.volkskrantblog.nl/bericht/231532
O zeker verandert de mens het klimaat, door ontbossing en irrigatie bijvoorbeeld, en dat gaat gewoon door ook, als alle brandstoffen duurzaam zijn. De sterke nadruk op CO2
is wat me zorgen baart: er worden ‘fiddle factors’zoals aerosolen toegevoegd om de werking van CO2 op te krikken, er word paniekerig gedaan over een <b>speculatie</b> over het afsmelten van heel West Antarctica,
Lees Pielke Rr eens over de andere menselijke factoren die structureel door het IPCC
genegeerd worden. http://climatesci.org/
Wat weten we echt over El Nino
, PDO, NAO, AO. de zon, aerosolen of wolken? Er is sopeculatie dat de co2 opname verzadigd zal raken, er is speculatie dat de fossiele brandstoffen maar doorgestookt blijven. En allemaal comfortabel over honderd jaar als niemand van de wetenschappers meer leeft om verantwoording af te leggen.
Waarom zijn er diverse dendrologische boomringensets geanalyseerd die helemaal niets met de activiteiten van Mann of de software van Mann te maken hebben, die toch uitkomen op de hockeystick?
Waarom ontkent Roger Pielke global warming niet?
Een paar korte opmerkingen op deze feestavond:
- Door kernenergie bereik je in ieder geval dat je energievoorziening stabiel krijgt zonder dat de CO2
uitgestoten wordt tijden het productieproces. Zeker, dit was een zijstap (is dat soms verboden?).
- Ten slotte, wetenschappers stellen inderdaad soms een discussie niet op prijs, moet je niet al te boos om worden denk ik, het grapje gaat dat met "een echte wetenschapper" niet valt te discussieren. Je stuurt ze e-mailtjes en ze antwoorden niet, zeer bekend verschijnsel en niet alleen in de klimaatwetenschappen.
- Dat het klimaat ooit verandert is is een feit, maar, onder punt 9 gaat het erom dat de juiste combinatie van proxygegevens een relatie tussen temperatuurverandering en CO2
geeft. Het toont namelijk de effectiviteit van CO2 als broeikasgas aan. Lees de hele discussie over de ice core samples. De effectiviteit van CO2 als broeikasgas en de relatie met temperatuur en zeespiegel is nu juist waar het om gaat. Leer je allemaal uit ice core samples en geologisch zeeniveau.
- Als je klimaatveranderingen van b.v. 500 miljoen jaar geleden gaat bekijken dan kom je in situaties waarbij platentektoniek een wezelijk andere verdeling van continenten kan veroorzaken. Groenland kan op een andere plaats geleden hebben, west antarctica ook. Dat zijn nu juist de gebieden die belangrijk zijn. Interessant voor geologen, maar niet als je het huidige klimaat wil begrijpen. Bovendien hebben we geen ice core samples die zover in de tijd terug gaan.
- Neem je echter klimaatveranderingen tot 500 duizend jaar terug dan liggen de meeste continenten nagenoeg op dezelfde plaats. Een beweging van 1 cm/jaar zoals we nu meten met GPS komt dan overeen met 5 km. En dus is het systeem aarde nagenoeg gelijk. Wat je ziet in de ice core samples is wat je ook met het huidige klimaat kunt verwachten.
- Milankovitch cycles zijn veranderingen in de baanparameters van de aarde om te zon. Hierdoor verandert de flux van de zon. Het veroorzaakt het 100 duizend jaar gedrag met warme en koude perioden.
Hope this helps.
Blij met deze site die helpt de mening te vormen of te herijjken.
Niet blij met boze koks met links die mij nu al twintig minuten naar een oudere jongere hoogleraar laat luisteren die mijn vertrouwen in de wetenschap met de minuut doet afnemen. Wel verhelderend inzicht in de gedachtenkronkels van dit soort meningvormers.
Auw
Blij met deze site die helpt de mening te vormen of te herijjken.
Niet blij met boze koks met links die mij nu al twintig minuten naar een oudere jongere hoogleraar laat luisteren die mijn vertrouwen in de wetenschap met de minuut doet afnemen. Wel verhelderend inzicht in de gedachtenkronkels van dit soort meningvormers.
Auw
Nieuwe reactie inzenden