Het is niet langer vol te houden dat 1998 het warmste jaar en de jaren 90 van de vorige eeuw de warmste decade van de afgelopen 2000 jaar zijn. Daarvoor ontbreekt het bewijs. Met die conclusie heeft een commissie van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen nu toch echt brandhout gemaakt van de zogenaamde ‘hockeystick’ . De vraag of de huidige, relatief warme, periode echt uniek is of al eerder is voorgekomen in de afgelopen eeuwen, ligt daarmee weer geheel open. En daarmee ook de vraag of die opwarming überhaupt wel problematisch is
Eerst even recapituleren. Zo’n 15 jaar geleden ging men ervan uit dat de
temperatuur op aarde (als gevolg van bijvoorbeeld de invloed van de zon) in
de loop der eeuwen nogal gefluctueerd had. De ontdekkingsreizen van de
Noormannen en hun landbouw op Groenland konden alleen maar mogelijk zijn
geweest omdat de Middeleeuwen relatief warm waren geweest. Het verdwijnen
van die Noormannen van Groenland en ook de pittoreske schaatstafereeltjes
van de 17-e eeuwse schilder Hendrik Avercamp vormden vervolgens weer de
bewijzen voor het bestaan van de Kleine IJstijd na die Middeleeuwse Warme
Periode. Stevige fluctuaties dus en toen in de jaren 90 de klimaatpaniek op
stoom kwam reageerden klimaatsceptici dan schouderophalend: de
geconstateerde opwarming was volgens hen gewoon een uitloper van die Kleine
IJstijd. Een thermometer kan maar twee kanten op, en nu gaat-ie toevallig
wat omhoog, logisch na zo’n koude periode. De klimaatverontrusten hadden
daar geen goed antwoord op, tot in 1998 de studies van onderzoeker Michael
Mann (c.s.) van de Universiteit van Virginia verschenen.
Op basis van een analyse van de dikte van boomringen en gegevens uit
bijvoorbeeld boorkernen van stokoude ijslagen concludeerde hij dat de
temperatuur in de afgelopen 1000 jaar juist aanmerkelijk stabiel was
geweest. Hij zag geen warme periode in de middeleeuwen en ook geen koude
periode daarna, maar aan het eind van de 20e eeuw zag hij wel een forse
stijging van de temperatuur. De grafiek waarin dit werd vormgegeven deed wel
iets denken aan een liggende hockeystick en werd daarom ook zo genoemd: de
hockeystick grafiek. De jaren 90 van de 20-e eeuw was de warmste decade in
1000 jaar, 1998 het warmste jaar zo beweerde Mann.
De Hockeystick-grafiek van Michael Mann et. al.
In het Intergovernmental Panel on Climate Change, de VN-instelling die zich
druk maakt over het klimaat was men dolblij met de grafiek omdat men deze
zag als Het Bewijs van de exceptionele opwarming van het klimaat die alleen
maar aan de mens kon worden toegeschreven, die immers zoveel CO2
in de lucht
brengt. Vergeten waren de vele studies met bewijzen voor de Middeleeuwse
Warme Periode, vergeten waren de studies over de Kleine IJstijd, de
hockeystick werd het icoon voor de door de mens veroorzaakte opwarming.
Kritiek erop werd weggehoond. Dit was wat men wilde horen. Ook in
publicaties van het KNMI kreeg de grafiek een prominente plaats evenals in
een rapport dat het Bureau CE voor de Tweede Kamer maakte. Er verschenen in
de loop der jaren meerdere studies die Mann leken te bevestigen.
In Canada kreeg ook mijnbouw specialist Steve McIntyre de grafiek onder
ogen, en hoewel hij niks wist van klimatologie was zijn wantrouwen meteen
gewekt. De grafiek was gewoon te mooi om waar te zijn, zo had hij geleerd
uit de jarenlange beoordeling van exploraties van potentiële
mijnbouwlocaties. In het verleden hadden in de mijnbouwwereld investeerders
zich soms in de luren hadden laten leggen door mooie grafieken die zogenaamd
het bewijs vormden van geweldige hoeveelheden, goud, olie of wat dan ook in
de bodem, zonder zelf de desbetreffende boorkernen te onderzoeken. Laster
bleek dat dan tegen te vallen of te gaan om platte oplichterij. Om die
ellende te voorkomen had de industrie besloten: van iedere boorkern moet de
helft terzijde worden gelegd zodat niet betrokken onderzoekers,
investeerders of anderen later met eigen ogen kunnen zien of er goud in zit.
Zoiets noem je een ‘audit’.
McIntyre wilde wel eens weten of er ‘goud’ zat in de onderzoeksresultaten
van Michael Mann en vroeg dus het ruwe onderzoeksmateriaal op.
Maar hoewel in de mijnbouwwereld (en diverse andere sectoren) audits tot de
gewoonste zaak van de wereld behoren, in de klimatologie zijn ze er niet dol op. Althans dat merkte McIntyre: na heel veel moeite kon
hij van een website wat onderzoeksmateriaal (bijvoorbeeld over waar de
onderzochte boomschijven vandaan kwamen en de lijsten met de diktes van de
boomringen) downloaden dat hij vervolgens samen met de econoom Ross
McKitrick kon gaan analyseren. Hun bevindingen waren onthutsend, maar nog
onthutsender was wat er met die bevindingen gedaan werd.
Er werden tal van fouten gevonden (en om verscheidene van die ‘fouten’ hangt
nog immer een zweem van fraude) maar hier beperken we ons tot drie
opvallende voorbeelden. Zo bleken Mann et al zo slordig met geografische
gegevens te zijn omgesprongen dat volgens de berekeningen de neerslag in de
VS in Frankrijk was gevallen (‘The rain in Maine, falls mainly in the
Seine’, grapte McIntyre), ook bleek dat de typische hockeystick-vorm vooral
veroorzaakt werd door het gebruik van zogeheten stekeldennen als ‘proxy’( de
boomringen zijn eigenlijk een alternatief voor de thermometer, ze worden
daarom ‘proxy’ genoemd – die komen daar het dichtst in de buurt), een
analyse van de verschillende diktes van de ringen van andere bomen leverden
geen hockeystick vorm op of veel minder. Tevens bleek dat de software die
Mann gebruikte een neiging had om überhaupt grafieken te tekenen met een
hockeystick vorm, ongeacht of de gegevens reëel waren of compleet verzonnen.
Voor een compleet overzicht van de vele problemen waarop McIntyre en
McKitrick (kortweg M&M) stuitten, verwijzen we naar de website
www.climateaudit.org van Steve McIntyre en naar het bekroonde artikel van
Marcel Crok in het tijdschrift Natuur Wetenschap en Techniek (jan 2005).
Er volgde een jarenlange slepende geschiedenis die duidelijk maakte dat ook
tal van andere wetenschappers weigeren aan audits mee te werken. ‘U wilt er
toch alleen maar fouten in vinden’ verweerde de een zich, of men was het
materiaal kwijt, of men liet simpelweg niets meer van zich horen. Op basis
van noodkreten uit de klimatologie, ‘de wereld stevent op een
klimaatcatastrofe af’, nemen overheden over de hele wereld miljarden
kostende maatregelen, maar een eenvoudige check, waarop baseren jullie die
noodkreten eigenlijk? wordt vooral tegengewerkt.
Tot dusver zijn ze er mee weggekomen, sterker dit gedrag dat niet te
onderscheiden is van een onbetrouwbare autohandelaar die niet onder de
motorkap laat kijken, werd zelfs van harte ondersteund door organisaties als
het KNMI. De betrouwbaarheid van de wetenschap heeft zo grote schade opgelopen.
Begin 2005 slaagden McIntyre en McKitrick er in om, hun kritiek op Mann
gepubliceerd te krijgen in het gerespecteerde tijdschrift Geophysical
Research Letters, maar alhoewel daarmee de discussie wel op een serieus
wetenschappelijk niveau was gekomen, bleef het getreiter en geklier, het
ontkennen en negeren vanuit ‘officiële’ klimatologische kring voortdurend
doorgaan. Bij voorkeur werd daarbij niet op de inhoud van hun verhaal
ingegaan, maar werd getracht McIntyre en McKitrick als zetbazen van de
olie-industrie weg te zetten.
In de loop van 2005 ontstond een soort internet-oorlog tussen het kamp van
McIntyre op het weblog ClimateAudit ( www.climateaudit.org ) en het
kamp van Michael Mann op het weblog RealClimate (www.realclimate.org ). Een
echt debat is het overigens niet: op RealClimate worden alle aspecten van de
klimaatproblematiek behandeld en wordt McIntyre zelden of nooit genoemd,
worden commentaren gecensureerd en staat er geen link naar McIntyres blog.
Op McIntyres’ blog staat wel een link naar RealClimate en kunnen
‘commenters’ nagenoeg onbekommerd hun gang gaan. Hoewel ook op deze site
allerlei klimaatsgebonden onderwerpen de revue passeren tracht McIntyre de
discussie toch te beperken tot zijn strijd om wetenschappers te bewegen aan
audits mee te werken en de fouten die hij in de analyse daarvan vindt.
Vragen over klimaatverandering in het algemeen, de (on-)zin van Kyoto en
dergelijke gaat hij bij voorkeur uit de weg. Hij vreest blijkbaar anders te
veel in het kamp van de klimaatsceptici te worden geplaatst, of misschien is
hij wat dat aangaat wel helemaal niet zo sceptisch.
De internet-oorlog trok zo de aandacht dat eind 2005 ook het Amerikaanse
congres zich er mee ging bemoeien, en dat veroorzaakte weer grote commotie
in de alarmistische kringen die riepen dat de Rechtse Trawanten van Bush het
klimaatonderzoek trachtten te frustreren. Op verzoek van de politicus
Boehlert besloot de National Academy of Sciences om niet langer buitenspel
te blijven en een commissie samen te stellen die een lange lijst van vragen
moest beantwoorden die er vooral op neerkwamen: heeft die McIntyre nu gelijk
met zijn kritiek op Mann en zo ja wat betekent dat dan voor de klimaatverandering?
McIntyre en McKitrick waren er niet gerust op dat ze door dit NAS-panel
eerlijk behandeld zouden worden, maar sinds vorige week het rapport in een
live uitgezonden persconferentie is gepresenteerd zijn ze een stuk
positiever. Alhoewel McIntyre op detailpunten nog heel wat kritiek heeft op
het rapport, heeft hij toch het gevoel serieus te zijn genomen. Geen van
zijn kritiekpunten op Mann is onderuit gehaald en sterker nog: de commissie
heeft zijn wijze van rekenen en wetenschap bedrijven eigenlijk tot voorbeeld
voor de rest van de klimatologische wereld gesteld. Op zijn blog
ClimateAudit zegt hij dat er een brug is geslagen. Interessant is dat ook in
het kamp van Mann victorie wordt gekraaid, zij het nogal kort en beteuterd.
Het persbericht dat de verschijning van het rapport begeleidt begint met:
‘High Confidence’ That Planet Is Warmest in 400 Years; Less Confidence in
Temperature Reconstructions Prior to 1600
Dat vraagt om enige exegese. Men zegt in feite: in 400 jaar is het niet zo
warm geweest, maar daarvoor zou het best warmer kunnen zijn geweest. Met die
bewering staat de kleine IJstijd helemaal en de Middeleeuwse Warme Periode
in ieder geval ten dele weer op de tijdbalk. De commissie zegt: de stick van
de hockeystick heeft geen betrekking op 2000 of 1000 jaar, maar slechts op
400 jaar. Hij is dus fors ingekort (en is nu meer een boemerang, zo grapte
een onderzoeker).
De bewering dat er ‘Less confidence’ (minder vertrouwen) is in temperatuur
reconstructies voor 1600 is in feite vernietigend voor Mann et al. Dat was
nu juist waar die hele hockeystick grafiek over ging, dat het voor die tijd
net zo koud of warm was als daarna. Bewijzen voor de bewering dat 1998 het
warmste jaar en de jaren 1990-2000 de warmste 10 jaar van de afgelopen 1000
kunnen niet worden hard gemaakt.
Ook elders wordt nog ingegaan op Mann’s claim dat het in duizend jaar niet
zo warm is geweest. Dan omschrijft men die mogelijkheid als ‘plausibel’,
hetgeen er volgens insiders op neerkomt dat ze bedoelen dat de kans dat Mann
daarin gelijk heeft minder dan 50% is. Kortom je kunt beter een kwartje opgooien.
Deze constatering is extra dramatisch omdat diverse andere studies Mann’s
claims heten te ondersteunen. Alhoewel de commissie daar wel naar verwijst
betekent deze bewering van ‘less confidence’ dat ze blijkbaar ook die niet
vertrouwen. Vreemd is dat niet want de meeste van de onderzoekers van deze
studies weigerden ook hun onderzoeksmateriaal door McIntyre te laten analyseren.
Aan RealClimate-zijde wordt opgelucht geconstateerd dat van de aantijgingen
van fraude en wetenschappelijk wangedrag van Michael Mann niets is gebleken
volgens de commissie. Dat is waar, maar commentatoren wijzen er op dat de
commissie dit vooral lijkt te hebben gedaan om de lieve vrede te bewaren. De
aanwijzingen van wetenschappelijk wangedrag zijn er nog immer.
De conclusie kan niet anders zijn dan dat de hockeystick kaput is. Ook de
Duitse onderzoeker Hans von Storch, wiens autoriteit in klimaatkringen
onomstreden is komt tot die conclusie. (nee hij zei niet ‘kaput’, dat vond
ondergetekende wel leuk klinken).
Een andere aanwijzing voor deze opvallende verschuiving is dat er na de
presentatie van het NAS-rapport op het blog Realclimate.org 10x zo weinig
commentaren verschenen als op McIntyre’s ClimateAudit.org. De mensen bij
RealClimate willen liefst niet meer herinnerd worden aan deze nare episode
en willen graag verder, zo zeggen ze. Vertaald naar de Nederlandse situatie
is het ook opvallend dat noch Volkskrant, noch NRC, noch Trouw, van waaruit
in de afgelopen jaren iedere gelegenheid is aangegrepen om
McIntyre/McKitrick vooral te negeren of in negatieve zin op te voeren, er
geen woord gewijd wordt aan dit toch belangrijke rapport. Veel goede
voorbeelden uit het buitenland zijn er overigens ook niet: daar werd vooral
geroepen dat een wetenschappelijke commissie had geconcludeerd dat de
huidige periode de warmste was in 2000 jaar. Dat is gewoon niet zo, de
essentie van het rapport is nu juist dat men daar aan twijfelt.
Een belangrijke indicatie van een veranderend klimaat ten aanzien van
McIntyre/McKitrick is ook dat er vanuit de National Academy of Sciences
hartelijk en enthousiast is gereageerd op het voorstel verder van gedachten
te wisselen. McIntyre is gevraagd om een stuk te schrijven – tot op heden
was hij de vragende partij.
Tenslotte: de auteurs van het NAS rapport doen hun best om voortdurend te
benadrukken dat deze kritische opmerkingen geen gevolgen hebben voor de
opvattingen dat het klimaat aan het opwarmen is, maar dat is een hele
vreemde bewering. Het NAS-rapport is tot stand gekomen nadat een
onafhankelijke audit aan had getoond dat er met slechts enkele publicaties
heel veel mis was. Iedereen die nu beweert dat dit geen gevolgen heeft voor
de theorie dat de mens de aarde gevaarlijk aan het opwarmen is zal daaraan
moeten toevoegen: maar dat baseer ik natuurlijk op een hele massa onderzoek
die niet aan een audit is onderworpen, en eerlijke mensen zouden daar toch
wel erg onzeker van moeten worden.
Theo Richel
27 juni 2006
Nieuwe reactie inzenden