Groene Rekenkamer vraagt weer: trek dat rapport in

Het rapport van de National Academy of Sciences vormt een extra ondersteuning van de kritiek die de Groene Rekenkamer eind 2005 uitte op een rapport zoals het Bureau CE, het KNMI en Alterra dat hadden gemaakt voor de Tweede Kamer. Dit rapport leunde zwaar op de hockeystickgrafiek - die toen ook al hoogst controversieel was - en de Groene Rekenkamer drong er daarom destijds op aan dat deze nota zou worden ingetrokken (zie ook hier) . Op deze audit is toen nauwelijks gereageerd. De auteurs van het rapport produceerden nog een kort nietszeggend tekstje waarin niet op de inhoud werd ingegaan, van belangrijke organisaties iets verderop, zoals Alterra, KNMI, Universiteit Wageningen, de Academie van Wetenschappen en het onderzoeksbureau van de Tweede Kamer zelf, werd helemaal niets meer gehoord.
De Groene Rekenkamer heeft daarom wederom aangedrongen op het intrekken van dit rapport: het is niet gebaseerd op goede wetenschap.

  

Links mbt NAS-panel rapport:

Het rapport zelf kunt U van hier downloaden Het persbericht staat hier  en het realaudio verslag van de persconferentie staat hier.

Vraagtekens van de Groene Rekenkamer (bij het CE-rapport)

ClimateAudit

RealClimate
Diverse teksten en links vindt U op het Center for Science & Public Policy hier.

Hockeystick kaput: 1998 het warmste jaar van de afgelopen 2000 jaar? Onbewezen

Het is niet langer vol te houden dat 1998 het warmste jaar en de jaren 90 van de vorige eeuw de warmste decade van de afgelopen 2000 jaar zijn. Daarvoor ontbreekt het bewijs. Met die conclusie heeft een commissie van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen nu toch echt brandhout gemaakt van de zogenaamde ‘hockeystick’ . De vraag of de huidige, relatief warme, periode echt uniek is of al eerder is voorgekomen in de afgelopen eeuwen, ligt daarmee weer geheel open. En daarmee ook de vraag of die opwarming überhaupt wel problematisch is

Eerst even recapituleren. Zo’n 15 jaar geleden ging men ervan uit dat de temperatuur op aarde (als gevolg van bijvoorbeeld de invloed van de zon) in de loop der eeuwen nogal gefluctueerd had. De ontdekkingsreizen van de Noormannen en hun landbouw op Groenland konden alleen maar mogelijk zijn geweest omdat de Middeleeuwen relatief warm waren geweest. Het verdwijnen van die Noormannen van Groenland en ook de pittoreske schaatstafereeltjes van de 17-e eeuwse schilder Hendrik Avercamp vormden vervolgens weer de bewijzen voor het bestaan van de Kleine IJstijd na die Middeleeuwse Warme Periode. Stevige fluctuaties dus en toen in de jaren 90 de klimaatpaniek op stoom kwam reageerden klimaatsceptici dan schouderophalend: de geconstateerde opwarming was volgens hen gewoon een uitloper van die Kleine IJstijd. Een thermometer kan maar twee kanten op, en nu gaat-ie toevallig wat omhoog, logisch na zo’n koude periode. De klimaatverontrusten hadden daar geen goed antwoord op, tot in 1998 de studies van onderzoeker Michael Mann (c.s.) van de Universiteit van Virginia verschenen.

Op basis van een analyse van de dikte van boomringen en gegevens uit bijvoorbeeld boorkernen van stokoude ijslagen concludeerde hij dat de temperatuur in de afgelopen 1000 jaar juist aanmerkelijk stabiel was geweest. Hij zag geen warme periode in de middeleeuwen en ook geen koude periode daarna, maar aan het eind van de 20e eeuw zag hij wel een forse stijging van de temperatuur. De grafiek waarin dit werd vormgegeven deed wel iets denken aan een liggende hockeystick en werd daarom ook zo genoemd: de hockeystick grafiek. De jaren 90 van de 20-e eeuw was de warmste decade in 1000 jaar, 1998 het warmste jaar zo beweerde Mann.

De Hockeystick-grafiek van Michael Mann et. al.

In het Intergovernmental Panel on Climate Change, de VN-instelling die zich druk maakt over het klimaat was men dolblij met de grafiek omdat men deze zag als Het Bewijs van de exceptionele opwarming van het klimaat die alleen maar aan de mens kon worden toegeschreven, die immers zoveel CO2 in de lucht brengt. Vergeten waren de vele studies met bewijzen voor de Middeleeuwse Warme Periode, vergeten waren de studies over de Kleine IJstijd, de hockeystick werd het icoon voor de door de mens veroorzaakte opwarming. Kritiek erop werd weggehoond. Dit was wat men wilde horen. Ook in publicaties van het KNMI kreeg de grafiek een prominente plaats evenals in een rapport dat het Bureau CE voor de Tweede Kamer maakte. Er verschenen in de loop der jaren meerdere studies die Mann leken te bevestigen.

In Canada kreeg ook mijnbouw specialist Steve McIntyre de grafiek onder ogen, en hoewel hij niks wist van klimatologie was zijn wantrouwen meteen gewekt. De grafiek was gewoon te mooi om waar te zijn, zo had hij geleerd uit de jarenlange beoordeling van exploraties van potentiële mijnbouwlocaties. In het verleden hadden in de mijnbouwwereld investeerders zich soms in de luren hadden laten leggen door mooie grafieken die zogenaamd het bewijs vormden van geweldige hoeveelheden, goud, olie of wat dan ook in de bodem, zonder zelf de desbetreffende boorkernen te onderzoeken. Laster bleek dat dan tegen te vallen of te gaan om platte oplichterij. Om die ellende te voorkomen had de industrie besloten: van iedere boorkern moet de helft terzijde worden gelegd zodat niet betrokken onderzoekers, investeerders of anderen later met eigen ogen kunnen zien of er goud in zit. Zoiets noem je een ‘audit’.

McIntyre wilde wel eens weten of er ‘goud’ zat in de onderzoeksresultaten van Michael Mann en vroeg dus het ruwe onderzoeksmateriaal op.

Maar hoewel in de mijnbouwwereld (en diverse andere sectoren) audits tot de gewoonste zaak van de wereld behoren, in de klimatologie zijn ze er niet dol op. Althans dat merkte McIntyre: na heel veel moeite kon hij van een website wat onderzoeksmateriaal (bijvoorbeeld over waar de onderzochte boomschijven vandaan kwamen en de lijsten met de diktes van de boomringen) downloaden dat hij vervolgens samen met de econoom Ross McKitrick kon gaan analyseren. Hun bevindingen waren onthutsend, maar nog onthutsender was wat er met die bevindingen gedaan werd.

Er werden tal van fouten gevonden (en om verscheidene van die ‘fouten’ hangt nog immer een zweem van fraude) maar hier beperken we ons tot drie opvallende voorbeelden. Zo bleken Mann et al zo slordig met geografische gegevens te zijn omgesprongen dat volgens de berekeningen de neerslag in de VS in Frankrijk was gevallen (‘The rain in Maine, falls mainly in the Seine’, grapte McIntyre), ook bleek dat de typische hockeystick-vorm vooral veroorzaakt werd door het gebruik van zogeheten stekeldennen als ‘proxy’( de boomringen zijn eigenlijk een alternatief voor de thermometer, ze worden daarom ‘proxy’ genoemd – die komen daar het dichtst in de buurt), een analyse van de verschillende diktes van de ringen van andere bomen leverden geen hockeystick vorm op of veel minder. Tevens bleek dat de software die Mann gebruikte een neiging had om überhaupt grafieken te tekenen met een hockeystick vorm, ongeacht of de gegevens reëel waren of compleet verzonnen.

Voor een compleet overzicht van de vele problemen waarop McIntyre en McKitrick (kortweg M&M) stuitten, verwijzen we naar de website www.climateaudit.org van Steve McIntyre en naar het bekroonde artikel van Marcel Crok in het tijdschrift Natuur Wetenschap en Techniek (jan 2005).

Er volgde een jarenlange slepende geschiedenis die duidelijk maakte dat ook tal van andere wetenschappers weigeren aan audits mee te werken. ‘U wilt er toch alleen maar fouten in vinden’ verweerde de een zich, of men was het materiaal kwijt, of men liet simpelweg niets meer van zich horen. Op basis van noodkreten uit de klimatologie, ‘de wereld stevent op een klimaatcatastrofe af’, nemen overheden over de hele wereld miljarden kostende maatregelen, maar een eenvoudige check, waarop baseren jullie die noodkreten eigenlijk? wordt vooral tegengewerkt.

Tot dusver zijn ze er mee weggekomen, sterker dit gedrag dat niet te onderscheiden is van een onbetrouwbare autohandelaar die niet onder de motorkap laat kijken, werd zelfs van harte ondersteund door organisaties als het KNMI. De betrouwbaarheid van de wetenschap heeft zo grote schade opgelopen.

Begin 2005 slaagden McIntyre en McKitrick er in om, hun kritiek op Mann gepubliceerd te krijgen in het gerespecteerde tijdschrift Geophysical Research Letters, maar alhoewel daarmee de discussie wel op een serieus wetenschappelijk niveau was gekomen, bleef het getreiter en geklier, het ontkennen en negeren vanuit ‘officiële’ klimatologische kring voortdurend doorgaan. Bij voorkeur werd daarbij niet op de inhoud van hun verhaal ingegaan, maar werd getracht McIntyre en McKitrick als zetbazen van de olie-industrie weg te zetten.

In de loop van 2005 ontstond een soort internet-oorlog tussen het kamp van McIntyre op het weblog ClimateAudit ( www.climateaudit.org ) en het kamp van Michael Mann op het weblog RealClimate (www.realclimate.org ). Een echt debat is het overigens niet: op RealClimate worden alle aspecten van de klimaatproblematiek behandeld en wordt McIntyre zelden of nooit genoemd, worden commentaren gecensureerd en staat er geen link naar McIntyres blog. Op McIntyres’ blog staat wel een link naar RealClimate en kunnen ‘commenters’ nagenoeg onbekommerd hun gang gaan. Hoewel ook op deze site allerlei klimaatsgebonden onderwerpen de revue passeren tracht McIntyre de discussie toch te beperken tot zijn strijd om wetenschappers te bewegen aan audits mee te werken en de fouten die hij in de analyse daarvan vindt. Vragen over klimaatverandering in het algemeen, de (on-)zin van Kyoto en dergelijke gaat hij bij voorkeur uit de weg. Hij vreest blijkbaar anders te veel in het kamp van de klimaatsceptici te worden geplaatst, of misschien is hij wat dat aangaat wel helemaal niet zo sceptisch.

De internet-oorlog trok zo de aandacht dat eind 2005 ook het Amerikaanse congres zich er mee ging bemoeien, en dat veroorzaakte weer grote commotie in de alarmistische kringen die riepen dat de Rechtse Trawanten van Bush het klimaatonderzoek trachtten te frustreren. Op verzoek van de politicus Boehlert besloot de National Academy of Sciences om niet langer buitenspel te blijven en een commissie samen te stellen die een lange lijst van vragen moest beantwoorden die er vooral op neerkwamen: heeft die McIntyre nu gelijk met zijn kritiek op Mann en zo ja wat betekent dat dan voor de klimaatverandering?

McIntyre en McKitrick waren er niet gerust op dat ze door dit NAS-panel eerlijk behandeld zouden worden, maar sinds vorige week het rapport in een live uitgezonden persconferentie is gepresenteerd zijn ze een stuk positiever. Alhoewel McIntyre op detailpunten nog heel wat kritiek heeft op het rapport, heeft hij toch het gevoel serieus te zijn genomen. Geen van zijn kritiekpunten op Mann is onderuit gehaald en sterker nog: de commissie heeft zijn wijze van rekenen en wetenschap bedrijven eigenlijk tot voorbeeld voor de rest van de klimatologische wereld gesteld. Op zijn blog ClimateAudit zegt hij dat er een brug is geslagen. Interessant is dat ook in het kamp van Mann victorie wordt gekraaid, zij het nogal kort en beteuterd.

Het persbericht dat de verschijning van het rapport begeleidt begint met:
‘High Confidence’ That Planet Is Warmest in 400 Years; Less Confidence in Temperature Reconstructions Prior to 1600

Dat vraagt om enige exegese. Men zegt in feite: in 400 jaar is het niet zo warm geweest, maar daarvoor zou het best warmer kunnen zijn geweest. Met die bewering staat de kleine IJstijd helemaal en de Middeleeuwse Warme Periode in ieder geval ten dele weer op de tijdbalk. De commissie zegt: de stick van de hockeystick heeft geen betrekking op 2000 of 1000 jaar, maar slechts op 400 jaar. Hij is dus fors ingekort (en is nu meer een boemerang, zo grapte een onderzoeker).
De bewering dat er ‘Less confidence’ (minder vertrouwen) is in temperatuur reconstructies voor 1600 is in feite vernietigend voor Mann et al. Dat was nu juist waar die hele hockeystick grafiek over ging, dat het voor die tijd net zo koud of warm was als daarna. Bewijzen voor de bewering dat 1998 het warmste jaar en de jaren 1990-2000 de warmste 10 jaar van de afgelopen 1000 kunnen niet worden hard gemaakt.

Ook elders wordt nog ingegaan op Mann’s claim dat het in duizend jaar niet zo warm is geweest. Dan omschrijft men die mogelijkheid als ‘plausibel’, hetgeen er volgens insiders op neerkomt dat ze bedoelen dat de kans dat Mann daarin gelijk heeft minder dan 50% is. Kortom je kunt beter een kwartje opgooien.

Deze constatering is extra dramatisch omdat diverse andere studies Mann’s claims heten te ondersteunen. Alhoewel de commissie daar wel naar verwijst betekent deze bewering van ‘less confidence’ dat ze blijkbaar ook die niet vertrouwen. Vreemd is dat niet want de meeste van de onderzoekers van deze studies weigerden ook hun onderzoeksmateriaal door McIntyre te laten analyseren.

Aan RealClimate-zijde wordt opgelucht geconstateerd dat van de aantijgingen van fraude en wetenschappelijk wangedrag van Michael Mann niets is gebleken volgens de commissie. Dat is waar, maar commentatoren wijzen er op dat de commissie dit vooral lijkt te hebben gedaan om de lieve vrede te bewaren. De aanwijzingen van wetenschappelijk wangedrag zijn er nog immer.

De conclusie kan niet anders zijn dan dat de hockeystick kaput is. Ook de Duitse onderzoeker Hans von Storch, wiens autoriteit in klimaatkringen onomstreden is komt tot die conclusie. (nee hij zei niet ‘kaput’, dat vond ondergetekende wel leuk klinken).

Een andere aanwijzing voor deze opvallende verschuiving is dat er na de presentatie van het NAS-rapport op het blog Realclimate.org 10x zo weinig commentaren verschenen als op McIntyre’s ClimateAudit.org. De mensen bij RealClimate willen liefst niet meer herinnerd worden aan deze nare episode en willen graag verder, zo zeggen ze. Vertaald naar de Nederlandse situatie is het ook opvallend dat noch Volkskrant, noch NRC, noch Trouw, van waaruit in de afgelopen jaren iedere gelegenheid is aangegrepen om McIntyre/McKitrick vooral te negeren of in negatieve zin op te voeren, er geen woord gewijd wordt aan dit toch belangrijke rapport. Veel goede voorbeelden uit het buitenland zijn er overigens ook niet: daar werd vooral geroepen dat een wetenschappelijke commissie had geconcludeerd dat de huidige periode de warmste was in 2000 jaar. Dat is gewoon niet zo, de essentie van het rapport is nu juist dat men daar aan twijfelt.

Een belangrijke indicatie van een veranderend klimaat ten aanzien van McIntyre/McKitrick is ook dat er vanuit de National Academy of Sciences hartelijk en enthousiast is gereageerd op het voorstel verder van gedachten te wisselen. McIntyre is gevraagd om een stuk te schrijven – tot op heden was hij de vragende partij.

Tenslotte: de auteurs van het NAS rapport doen hun best om voortdurend te benadrukken dat deze kritische opmerkingen geen gevolgen hebben voor de opvattingen dat het klimaat aan het opwarmen is, maar dat is een hele vreemde bewering. Het NAS-rapport is tot stand gekomen nadat een onafhankelijke audit aan had getoond dat er met slechts enkele publicaties heel veel mis was. Iedereen die nu beweert dat dit geen gevolgen heeft voor de theorie dat de mens de aarde gevaarlijk aan het opwarmen is zal daaraan moeten toevoegen: maar dat baseer ik natuurlijk op een hele massa onderzoek die niet aan een audit is onderworpen, en eerlijke mensen zouden daar toch wel erg onzeker van moeten worden.

Theo Richel
27 juni 2006

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden