Bert Amesz

Ir. Bert Amesz (1948)was ondermeer 10 jaar algemeen directeur van het ingenieursbureau Iwaco en is nu zelfstandig adviseur waterbeheer. Hij nam met kerst 2009 kennis van het werk van de Deltacommissie en schrok van de ‘knulligheid, angst en napraterij’.

 

 

 

 

 

Zeespiegelstijging Noordzee: geen paniek s.v.p.

Twee maanden geleden plaatste ik een stukje onder de titel ‘Stijgt de zeespiegel eigenlijk wel?’ Een enigszins plagende titel, want het antwoord is immers bekend: ja, de zeespiegel stijgt. Al eeuwen! Maar de hamvraag is uiteraard: hoe snel en in hoeverre is de stijging direct toe te schrijven aan de opwarming gedurende de twintigste eeuw? Voor een goede extrapolatie naar het jaar 2100 is dat laatste uiteraard van groot belang. Daarnaast speelt de vraag of de condities voor de Noordzee – van belang voor het overstromingsrisico van Nederland – afwijken van het wereldgemiddelde. De huidige trend in de zeespiegelstijging vindt zijn oorsprong halverwege de negentiende eeuw. Ook is er gedurende de twintigste eeuw geen significante versnelling waarneembaar. Bovendien blijkt dat de zeespiegelstijging in Noord West Europa, door regionale factoren, achterblijft bij het wereldgemiddelde.

 Fig 1Aan het einde van de laatste grote ijstijd, zo’n 20.000 jaar geleden, stond de zeespiegel 120 meter lager dan nu. Vanaf die periode is hij in een soort ’S-curve’ omhoog gekomen tot ongeveer het huidige niveau. Zie figuur. Bij de aanvang van de huidige interglaciale periode (Holoceen) stond de zeespiegel nog 60 meter lager en steeg toen met 15 mm/jaar. Ongeveer 8.000 jaar geleden begon de stijging nadrukkelijk af te vlakken; het relatief warmere ‘atlanticum’ ging over in een iets koeler neoglaciaal tijdperk. Aan het begin van onze jaartelling stond de spiegel nog 1,5-2,5 meter lager dan nu. Het huidige subatlantische tijdperk heeft overigens nog een aantal ‘recente rimpelingen’ gekend: een warme Middeleeuwse periode tussen de 10e en 14e eeuw, gevolgd door de ‘kleine ijstijd’ tussen de 15e en 19e eeuw. Gedurende deze periodes schommelde de zeespiegel mee.

Peilwaarnemingen (Ref: IPCC, PSMSL, etc) geven aan dat er gedurende de twintigste eeuw sprake was van een gemiddelde stijging van 1,5 tot 2,0 mm/jaar (Nederlandse kust: 1,7 mm/jaar). Echter, satellietmetingen vanaf 1993 (Topex/Poseidon, Jason) laten een veel snellere stijging zien: bijna 3,3 mm/jaar. Zie figuur.

Fig 2

 

Fig. 3Hoe is die ogenschijnlijke versnelling te verklaren? IPCC wijst op het effect van de mondiale opwarming vanaf de jaren ’70 (zie temperatuurgrafiekje) en de gevolgen daarvan zoals thermische uitzetting, massaverlies Groenland, Antarctica, etc. Maar is dat wel zo?

Want er is ook een andere verklaring denkbaar. Het grote voordeel van satellietwaarnemingen is immers dat ook regionale trends midden op de oceanen in beeld gebracht kunnen worden, bijvoorbeeld de sterke zeespiegelstijging (tot meer dan 10 mm/jaar) in het westelijke deel van de equatoriale Pacific. Zie kaartje. Dat deel van de oceaan wordt gekenmerkt door sterke periodieke fluctuaties als gevolg van de El Nino Southern Oscillation (ENSO).

 

  Fig 4

Fig 5

 

Vanwege de schaalvervorming is de oranje/rode vlek in werkelijkheid veel groter dan het kaartje doet vermoeden. Duidelijk is dat dergelijke fenomenen niet worden waargenomen in de meetstations welke voor het overgrote deel gesitueerd zijn op het noordelijk halfrond (zie kaartje met PSMSL-meetstations met minstens 40 jaar waarnemingen). De geconstateerde ‘versnelling’ vanaf ’90 zou dus veroorzaakt kunnen worden door het verschil in meetmethode (satelliet versus peilschalen). Uit deze constatering kunnen twee conclusies getrokken worden: (i) de wereldgemiddelde zeespiegelstijging gedurende de twintigste eeuw is groter dan tot nu toe gedacht werd en (ii) de zeespiegelstijging bij NW Europa is lager dan het wereldgemiddelde. Er is dus géén sprake van een versnelling als gevolg van de opwarming van de 70-er jaren zoals IPCC suggereert; die versnelling is overigens ook niet terug te vinden in de PSMSL-stations.

Fig 6

Fig 7

Vervolgens is het interessant te weten waar de door de kuststations gemeten stijging zijn oorsprong vindt. Uit de linkerfiguur (Ref: PSMSL) blijkt dat dat omstreeks 1850 was. Oude peilwaarnemingen bij Amsterdam (vanaf 1700!) en elders laten hetzelfde beeld zien. Ook reconstructies van o.a. CSIRO bevestigen dat. Het moment valt samen met de afloop van de Kleine IJstijd en het begin van de terugtrekking van de gletsjers (zie figuur rechts, IPCC), een terugtrekking die tot nu toe overigens vrijwel lineair verloopt. Opmerkelijk is dat in de meetstations gedurende de twintigste eeuw géén trendversnelling is waar te nemen; hetzelfde is van toepassing op de zeespiegelstijging bij de Nederlandse kust (zes meetstations, RIKZ) en diverse andere stations aan de Noordzee en de Atlantische kust van Europa. De mondiale opwarming gedurende de twintigste eeuw is niet of nauwelijks zichtbaar in de zeespiegelstanden.

Dat zou betekenen dat – ook indien de opwarming niet doorzet – de zeespiegel blijft stijgen. Dat lijkt reeds het geval te zijn vanaf het jaar 2000. Kennelijk trekt de ‘deep ocean thermal expansion’ zich op korte termijn weinig aan van temperatuurvariaties aan het oppervlak. Ook de bijdrage van gletsjers en kleine ijskappen lijkt redelijk constant in de tijd. Jaarlijkse schommelingen zullen ontstaan door de ‘near surface thermal expansion’ in de bovenste honderden meters, boven de thermocline: de laag waarboven uitwisseling met de atmosfeer en opwarming door de zon plaatsvindt.

Voor de Noordzee zijn enkele bijzondere effecten van kracht. Als gevolg van de afnemende zelfgravitatie bij Groenland en vanwege postglaciale elastische effecten verdeelt het smeltwater zich niet gelijkmatig over de oceanen. Voor de Noordzee bedraagt de stijging door de afsmelt van Groenland slechts 20-30% van het wereldgemiddelde; voor de gletsjers bedraagt dat percentage ongeveer 60-70%. Bovendien is er in NW Europa mogelijk sprake van een significant regionaal effect als gevolg van variaties in de Noord Atlantische Oscillatie (NAO) en de intensiteit van de Golfstroom (AMO-index).

Conclusies:

§ De ogenschijnlijke versnelling (verdubbeling) van de zeespiegelstijging vanaf de jaren ’90 is voor een (belangrijk) deel toe te schrijven aan het verschil in meetmethode (satelliet versus peilschalen). Satellieten meten immers ook grootschalige regionale fenomenen die buiten het bereik van de kuststations vallen;

§ Deze conclusie wordt bevestigd door het feit dat in de peilwaarnemingen een dergelijke versnelling vanaf de jaren ’90 niet waarneembaar is;

§ Satellietwaarnemingen geven een representatiever beeld dan de traditionele kuststations;

§ Waarschijnlijk was de wereldgemiddelde zeespiegelstijging gedurende de twintigste eeuw groter dan tot nu toe werd aangenomen;

§ Echter, vanwege regionale factoren blijft de zeespiegelstijging op de Noordzee en langs de Atlantische kust van Europa achter bij het wereldgemiddelde;

§ De ‘huidige’ trend van circa 1,5-2,0 mm/jaar (Noordzee, Europese Atlantische kust) vindt zijn oorsprong in 1850 en valt samen met de afloop van de Kleine IJstijd en het begin van de terugtrekking van gletsjers;

§ Deze trend is kennelijk niet of nauwelijks beïnvloed door de opwarming gedurende de laatste eeuw;

§ Mede vanwege de trage respons van de diepe oceaan zal de zeespiegel deze eeuw door blijven stijgen, zelfs in een situatie waarin de atmosfeer niet verder opwarmt of zelfs afkoelt.

De analyse inzake oorzaak en snelheid van de zeespiegelstijging in onze regio is nog omgeven is door vele vraagtekens. Nader onderzoek is op zijn plaats. Maar vooralsnog ziet het er niet naar uit dat we in de buurt gaan komen van de maximale bovengrenswaarde waar de Deltacommissie voor het jaar 2100 rekening mee houdt: 120 cm oftewel gemiddeld 12 mm/jaar! Mijn advies: goed blijven monitoren, geen overhaaste dingen doen – met een overschrijdingsfrequentie van eens in de 9.236 jaar (in plaats van de arbitrair vastgestelde 10.000 jaar) kan ik wel leven…

Bert Amesz

Adviseur water

Mei, 2010

Hoe kan het dat Groningen-Eelde airport 17 ft boven zeeniveau ligt en 50 jaar geleden ook al?????????? Zeespiegel stijging?????

Met vriendelijke vliegergroeten

Gerrit Jacobs.

@Gerrit

Groningen is toch echt aan het zakken. 30 cm de laatste vijftig jaar en de zeespiegel is 10 cm gestegen. Dus ongeveer een voet, de meeste hoogtemeters die in de luchtvaart worden gebruikt zijn niet zo nauwkeurig dat dit moet worden gewijzigd in de gegevens van het vliegveld..

De Darwin Expeditie had interessant nieuws voor mij (en anderen?):

 

Interessant was de mededeling, dat als de Groenlandse ijskap smelt de zeespiegel in NL niet stijgt naar DAALT.

Dus bij opwarming -> daalt de zeespiegel in NL.

 

Bert Vermeersen geofysicsu TU-Delft/NWO was in de Darwin-uitzending: Met zeer gevoelige GPS-apparatuur meet hij zeespiegelstijging. Regionaal op wereldschaal verschilt het zeespiegel, zo stelt hij, zoals bergen en dalen. Bij India is de Indische oceaan 100 meter lager dan bij ons. Hij stelt: Als Gletsjer ijs smelt op Groenland zal (de verminderde) aantrekkingskracht op water rondom Groenland tot gevolg hebben dat de zeespiegel ook daalt in Nederland.

Zijn we toch jarenlang dom gehouden door wetenschap en politiek, die beweert dat als de ijskap op Groenland smelt 6 meter zee stijging het gevolg is.

(Ja, en dan heb je het rapport Veerman van de delta commissie: Wat was de conclusie ook al weer?: AMERSFOORT AAN ZEE.)

 

Bekijk Bert Vermeersens bijdrage aan de ontrafeling van de alarmistische opwarings/zeespiegelstijging mythe zoals in het IPCC rapport werd vastgelegd. Bekijk het op "Uitzending Gemist" bij ca. 30 minuten na start.


http://www.uitzendinggemist.nl/index.php/serie?serID=4840&md5=09de2a4fcb2a0f1add87263844112c7f

 


@Turris. Ik ken de uitzending en het werk van Vermeersen. Het zit overigens iets anders dan Turris stelt. Inderdaad: als gevolg van de zelfgravitatie helt de zeespiegel in de richting van de ijskap. Bij afsmelt wordt die helling minder. Je krijgt dan drie gebieden. Zone A: dichtbij de ijskap (tot 2200 km) daalt de spiegel. Zone B: tussen 2200 en 6700 km stijgt de spiegel, zij het minder dan gemiddeld. Zone C: op meer dan 6700 km stijgt de spiegel méér dan gemiddeld. M.b.t. Groenland ligt Nederland in het middengebied B: de stijging is slechts 20-30% van gemiddelde. Ik heb dat in mijn artikel genoemd. M.b.t. IJsland, liggen wij in zone A: daling; dát is wat Vermeersen vertelde in de uitzending. Dat van die bergen en dalen, staat hier los van. Tenzij ze niet op hun plek blijven...

@ Bert Amesz: Dank voor toelichting.

 

Je stelt: M.b.t. IJsland, liggen wij in zone A: daling; dát is wat Vermeersen vertelde in de uitzending.

 

Dat is wat ik bedoelde; Controversieel dus met de conclusies van Delta-commissie en alarmisten van Amersfoort aan zee, toch?

 

Dank Bert voor dit wederom uiterst leesbaar artikel! Ik neem het graag weer op in mijn klimaatgek-site. 

Overigens heeft de AMO nog een ander interessant effect: hij stuurt sterk de temperatuurvariabiliteit in het Arctische gebied. Chylek e.a. hebben daar onlangs een publicatie aan gewijd (zie klimaatgek.nl).

 

 

hoezo zeespiegelstijging? ;)

 

http://www.aoi.com.au/matrix/Nuteeriat.htm

@Rob de Vos, AMO-Atlantische Golfstroom. De discussie over 'global warming' wordt m.i. beheerst door wereldgemiddelden terwijl regionale fenomenen, zoals de AMO, mogelijk van veel grotere betekenis zijn. Nadere analyse van NASA-GISS data laten zien dat zowel de opwarming 1910-1940 en 1970-2003 zich vooral afspeelde op het noordelijk deel van het noordelijk halfrond. Ook de afkoeling 1940-1970 concentreerde zich daar. De heftige temperatuurschommelingen op Groenland lopen vrijwel volledig in de pas met de multidecale oscillatie van de AMO-index. Hetgeen niet verwonderlijk is gezien de gigantische hoeveelheid warmte die de Atlantische Golfstroom meevoert en die bij Groenland wordt uitgewisseld met de atmosfeer. Vanaf begin deze eeuw daalt de AMO-index weer, evenals de temperatuur op Groenland, en groeit de poolijsbedekking de laatste jaren weer. De Golfstroom is onderdeel van de 'thermohaline circulation' (THC): de oceaanstroming die het equatoriale warmteoverschot over de aarde verdeelt. Geringe periodieke variaties daarin hebben grote invloed op regionale temperatuur (en dus op de wereldgemiddelde temperatuur). IPCC noemt de AMO en THC wél, maar doet er verder weinig mee. Waarschijnlijk omdat de wetenschap inzake oorzaak versus gevolg op dit punt nog in de kinderschoenen staat.

Het gerucht gaat dat Frankrijk Duitsland heeft gedreigd uit de Eurozone te stappen en dat Duitsland daarom besloot de Grieken voor een week of twee wat zuurstof toe te dienen. Als dat waar is zijn we allemaal failliet. Immers de Franse economie is zo rot als een mispel en hangt van subsidies, ambtenarij en door noest werkende Noord-Europeanen bij elkaar gezwoegde Europegels aan elkaar. In dat licht zijn die alarmistische verhalen over CO2-gerelateerde zeespiegelstijging potsierlijke en obsceen.

@ 14. Mei 2010 - 22:48: Ik denk dat je dit Eurozine onderwerp elders moet posten, heeft geen relatie met klimaat, IPCC-alarmisme, afkoeling op Groenland.

Ja hoor, je hebt gelijk. Maar de bottom line is toch dat er nog steeds een breed politiek en maatschappelijk draagvlak bestaat voor het uitvoeren van een boel zinloze en krankjorume maatregelen op basis van een verhaal dat niet deugt. Hoewel de “Klimakanzlerin” voorzichtig aanstalten maakt „sich elegant aus der Affäre herauszuziehen“ negeert ze domweg de bevindingen van haar ministeries van financiën resp. economische zaken waarin ze kan lezen dat “groene” energie slecht is voor de conjunctuur en dat het enige dat substantieel bijdraagt aan de vermindering van CO2-uitstoot de crisis is. Je zou er bijna wat van denken.

@4

Bert Amesz, allereerst bedankt voor uw verhelderende bijdrage.

Wat ik me nu afvraag is hoe het zat met de ijstijden. Als zelfgravitatie van IJslandse gletsjers al geen effect heeft op de zeespiegel bij ons dan zou de Noord-Europese ijskap het tegengestelde moeten bewerkstellingen. De zeespiegel zou dan moeten dalen als die ijskap smelt. De Noord-Amerikaanse ijskap heeft ook maar beperkt effect omdat die niet zoveel verder weg lag als de Groenlandse IJskap. Ergo: Het was Antarctica die de Noordzee droog legde. Ik heb begrepen dat het zeeniveau van destijds is gebruikt het ijsvolume van de ijskappen te berekenen. Is daarin wel voldoende rekening gehouden met de effecten van zelfgravitatie?

 

 

@8,

De invloed van de AMO op het afsmelten van arctische zeeijs wordt door alarmisten catagorisch genegeerd. Er is namelijk geen computermodel die dat berekent. Logisch, want de AMO zelf wordt niet eens gesimuleerd.

In het rijtje van de AMO past ook de PDO (pacific decennial oscillation) die veel beter correleert met de temperatuur op het noordelijk halfrond. De AMO loopt nog teveel uit fase.

De conclusies die U trekt over deze eeuw lijken me te voorbarig. Naar mijn weten is de temperatuur op Groenland de laatste decade juist in een versnelling gekomen. Ook de laatste tijd is het in die regio erg warm. In de regel geldt als het in Nederland koud is is het op Groenland warm en vice versa. In NO-Canada is het dit jaar in ieder geval buitegewoon zacht. De winter was hier al koud en mei verloopt nu uitermate koud. Het is ook nog niet te zeggen of de AMO over zijn top is. (De voorlopige pieken vielen in 1998 en 2004/2005. Tussen Groenland en Noorwegen piekte de oceaan (ook op diepte) in 2006/2007. Juist voor de recordafsmelt van het noordpoolijs. Vergeleken vijf jaar terug is de ijsbedekking ook de laatste twee jaar nog zeer laag. Dus om van herstel te spreken lijkt me wat te voorbarig.

 

Amusant die weerberichten in 14.

 

Ook is er de WDC die niet wordt uitgelegd: The Warming Denial Cyclus.

 

De WDC is omgekeerd evenredig met Al Gore's succes cyclus.

 

 

Ik heb een vraag:

Bij CLAMATE SCIENTIST in artikel

WEIGHING GREENLAND beweert Scott Luthcke dat in Groenland de hoeveelheid ijs ter grootte van 1\3 van de hoeveelheid water van Lake Erie

oftewel 200 km 3  per jaar afsmelt en dat al 6 jaar.

 

Volgens hem wordt dat gemeten met zeer geavanceerde sattelieten.

 

Kan en wil me iemand hier iets meer over vertellen???????

Bij voorbaat mijn Dank Louis

 

Louis,

kan dit eventueel helpen ... ?

http://wattsupwiththat.com/2010/05/23/on-being-the-wrong-size/

 

 

Dat heb ik ook gehoord in dat Darwin-programma. Hoe zat het ook alweer? Was het niet zo dat het verschil +/- 100 meter was, dus op de ene plek tot 100 meter hoger dan het gemiddelde, en op de andere plek tot 100 meter lager. Ook had men het erover dat het wateroppervlakte veel hoger was, als er lokaal een onderzeese bergketen was. Het wateroppervlakte volgde blijkbaar een beetje de contouren van die bergketen.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden