Test

Bericht van een bezorgde burger

 

Het belangrijkste dat ik van mijn geologiestudie in Leiden (kandidaats 1979) heb overgehouden is een ontzag voor de kracht en omvang van de aarde en een besef van tijd en cycli die de menselijke maat verre te boven gaan.

Na mijn kandidaatsexamen ben ik bedrijfskunde gaan studeren. Inmiddels al meer dan twintig jaar werkzaam in de bankautomatisering heb ik niets meer met geologie te maken. Alleen maar met mensen.

 

Berichten over milieuproblematiek, verdwijnende ozonlaag, zure regen, uitputting van grondstoffen, uitstervende diersoorten en klimaatverandering heb ik al die jaren gelaten over me heen laten gaan. Waarschijnlijk net als andere burgers maakte ik me af en toe wel zorgen maar ik vertrouwde erop dat de overheid, mede onder druk van de milieubeweging, uiteindelijk wel zou zorgen voor de noodzakelijke maatregelen. De milieubeweging zag ik als een klein groepje heroïsche strijders tegen de gevestigde orde, er voor wakend dat de kantjes er niet worden afgelopen op milieugebied.

 

Pas bij de discussie over CO2 en het broeikaseffect ging ik twijfelen. Mijn diep sluimerende geologisch besef werd blijkbaar aangesproken. CO2 is toch geen gif ? Het is een vast bestanddeel van de aardse atmosfeer met een ontzaglijk ingewikkelde evenwichtsrelatie met al het leven, de oceanen, etc. Ik kon me nauwelijks voorstellen dat de door mensen veroorzaakte CO2 serieuze invloed kon uitoefenen. Laat staan dat hierdoor een klimatologische ramp aanstaande zou zijn.

 

Ongeveer 2 jaar geleden ging ik op zoek naar de feiten. Op basis waarvan maakt men zich eigenlijk zoveel zorgen ? Hoe meet men de gemiddelde temperatuur op aarde

en hoe lang al ? Stijgt die temperatuur inderdaad zo sterk ? Hoe staat het feitelijk met de zeespiegelstijging ?

 

Het verzamelen van feiten viel in eerste instantie niet mee. Wat me opviel was dat je via de meest gangbare media (televisie, landelijke dagbladen) niet of nauwelijks nuchtere feitelijke informatie over dit onderwerp kunt vinden terwijl er wel veel over geschreven wordt. Bijna alle berichten bevestigen een aanstaande ramp tenzij we snel ingrijpende maatregelen nemen. En die maatregelen betreffen zo’n beetje alle activiteiten van de moderne mens. Alles wat we doen produceert immers CO2, zeker als er machines aan te pas komen.

 

Toen ik eindelijk via Internet en verschillende boeken toegang had gevonden tot de feitelijke informatie die ik zocht viel ik van de ene verbazing in de andere.

-           De gemiddelde temperatuur van de aarde wordt sinds 1979 op een vaste manier met behulp van satellietwaarnemingen gemeten. De meetnauwkeurigheid is ongeveer 0,7 C. Er lijkt vanaf het begin van de metingen een temperatuurstijging te hebben plaatsgevonden maar die is gegeven de meetnauwkeurigheid nauwelijks zeker. De ‘piek’ in temperatuur was in het jaar 1998, voornamelijk toegeschreven aan de effecten van el Nino. Daarna is de temperatuur weer gedaald om vanaf 2002 ongeveer constant te blijven.

Er is dus helemaal geen temperatuurstijging aan de orde op dit  moment en waar die er wel was (voor 1998) is die heel bescheiden.

-           De zeespiegel stijgt al eeuwen met circa 1,5 mm per jaar. Recente metingen lijken te wijzen op een afname van deze stijging.

-           De ijskap op de Noordpool is de laatste decennia kleiner geworden. In de jaren 30 van de vorige eeuw was deze ijskap overigens ook kleiner, evenals in de jaren 30 van de eeuw daarvoor. Aangezien het Noordpoolijs drijvend is heeft het smelten hiervan geen invloed op de zeespiegel (wet van Archimedes). De ijskap op de Zuidpool groeit. Alleen aan de zijde van Zuid Amerika lijkt deze wat af te nemen.

-           De ijsberenpopulatie is sinds de jaren 50 van de vorige eeuw ongeveer verviervoudigd en loopt allerminst gevaar van uitsterving.

 

En zo ging het maar door. Over alle onderwerpen waar ik me volgens de gangbare media ernstig zorgen zou moeten maken bleken objectieve – en door niemand betwiste - metingen te bestaan die uitwijzen dat er niets aan de hand is. Tot mijn verrassing bleken er wereldwijd grote aantallen deskundigen met een, zo te zien, indrukwekkende wetenschappelijke staat van dienst met elkaar artikelen, gegevens en analyses te delen en discussies te voeren die erop wezen dat zij weinig of geen geloof hechten aan ‘man made global warming’(ook wel antropogenic global warming, AGW genoemd). Sommigen daarvan waren zelfs officieel ‘reviewer’ voor het IPCC (het VN panel voor onderzoek naar klimaatverandering). En dat terwijl ik dacht dat er ‘wetenschappelijke consensus’ was.

 

Waar kwam dan die zorg vandaan over de gevaren van ‘man made global warming’?

 

Mij werd duidelijk dat er eigenlijk maar één concrete en onomstreden waarneming ten grondslag ligt aan die zorg: de concentratie CO2 in de atmosfeer. Aan de hand van o.a. boorkernen uit het ijs van Groenland en de Zuidpool kan redelijk nauwkeurig worden bepaald wat de vroegere concentraties van CO2 in de aardse atmosfeer zijn geweest. Over een tijdsperiode van tienduizenden jaren (sinds de laatste ijstijd) is duidelijk te zien dat de CO2 concentratie in de aardse atmosfeer is toegenomen. Hetzelfde geldt voor de temperatuur.

Ook in de afgelopen eeuwen (een veel kortere tijdsperiode dus) is de CO2 concentratie belangrijk toegenomen, de laatste decennia het snelst.

Wanneer we bovendien proberen te reconstrueren wat er de afgelopen eeuwen met de gemiddelde temperatuur is gebeurd wordt ook een geleidelijke stijging zichtbaar. Deze gegevens zijn niet erg nauwkeurig, satellietwaarnemingen waren er natuurlijk nog niet.

Voor de gemiddelde temperatuur is de toename over de laatste 400 jaar niettemin redelijk eenduidig (zij het in een grillig patroon met tussendoor ook dalingen). Voor langer dan 400 jaar geleden is het beeld minder duidelijk. Er zijn veel aanwijzingen dat de temperatuur in het begin van de Middel­eeuwen juist weer hoger lag.

 

CO2 is een broeikasgas. Ongeveer 5 à 10% van het broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. De rest grotendeels door water. Van de totale CO2 in de atmosfeer wordt circa 3% veroorzaakt door menselijke activiteit. De concentratie CO2 in de atmosfeer bedraagt ongeveer 0,038 %, 50 jaar geleden was dit nog 0,030 %.

 

Eigenlijk houdt daar de belangrijkste feitelijke informatie op die ten grondslag ligt aan de angst voor AGW.

Als je deze gegevens ziet lijkt het op het eerste gezicht niet gek om te veronderstellen dat de menselijke produktie van CO2 iets met de verwarming van de aarde te maken kan hebben. Wanneer je dat gaat onderzoeken kom je echter van alles tegen dat niet klopt. Zo blijkt uit de historische gegevens dat de verhoging in CO2 concentratie de verhoogde temperatuur in de tijd volgt, in plaats van er aan vooraf te gaan. CO2 lijkt dus eerder een gevolg dan een oorzaak van temperatuur­verhoging. Ook blijkt dat de ‘snelste’ recente temperatuurverhoging plaats vond in een periode waarin de menselijke produktie van CO2 nog beperkt was en dat een recente periode van temperatuurdaling nu juist gelijk valt met een enorme groei in menselijke CO2 produktie.

Bovendien is het duidelijk dat de temperatuur in het verleden nog een stuk hoger heeft gelegen dan vandaag. Mammoeten en mos- en grasresten liggen niet voor niets diep begraven onder het ijs. Groenland is groen geweest. In Engeland bestond in de middeleeuwen een bloeiende wijnbouw zonder moderne hulpmiddelen. En dat alles zonder een noemens­waardige menselijke produktie van CO2.

 

Een ander belangrijk gegeven is dat het broeikaseffect van CO2 logaritmisch verloopt. Dat betekent dat een toename van CO2 steeds minder additioneel effect heeft op het broeikaseffect. We zitten op dit moment al bijna aan het maximum. Een verdubbeling van de CO2 concentratie zou op zichzelf slechts voor enkele tienden van een graad verdere temperatuur­verhoging kunnen zorgen.

De ‘bezorgden’ gaan er echter vanuit dat extra CO2 allerlei bijkomende effecten veroorzaakt die op hun beurt voor een versterkt broeikaseffect zorgen. Zogenaamde positieve terugkoppeling. Voor een dergelijk versterkend effect bestaan echter geen overtuigende aanwijzingen. Er lijken zelfs meer aanwijzingen te zijn voor negatieve terugkoppeling, een dempend effect.

In de computermodellen moeten niettemin krachtige positieve terugkoppelingseffecten worden ingebouwd om de temperatuur- en CO2 ontwikkelingen uit het verleden enigszins ‘na te kunnen spelen’. Het feit dat er nu al bijna 10 jaar geen temperatuurstijging meer kan worden gemeten ondanks de voortstijgende CO2 concentratie kan dan ook niet met de modellen worden verklaard.

En zo wemelt het van de verwarrende informatie. Bijna alles wat betrouwbaar gemeten kan worden of dat berust op onomstreden natuurwetten wijst in een andere richting dan die van de gevaarlijke opwarming van de aarde door menselijke CO2 produktie.

 

Het lijkt erop alsof men, ondanks een macht aan aanwijzingen voor het tegendeel, wanhopig probeert aan te tonen dat de huidige CO2 en temperatuurverhoging geen natuurlijke oorzaak heeft maar de schuld is van de mensen en bovendien tot grote rampen leidt.

Noch voor het één: de menselijke oorzaak; noch voor het ander: de aanstaande rampen, kan een aannemelijke en consistente argumentatie worden gegeven, laat staan een bewijs worden geleverd. Het maakt al met al een potsierlijke indruk.

De vaak gehoorde bewering dat “het inmiddels bewezen is dat de door mensen geproduceerde CO2 de belangrijkste oorzaak is van de gevaarlijke ‘global warming’” is onmiskenbaar kletskoek. Evenals de bewering dat er ‘wetenschappelijke consensus’ over dit onderwerp bestaat. Toch schijn je met dit soort beweringen een Nobelprijs te kunnen winnen.

 

“Nou ja”, krijg ik dan te horen, “het wordt allemaal natuurlijk wel wat overdreven en het is niet 100% zeker, maar je kunt maar beter voorzorgmaatregelen te nemen”. “En het ergste is:”, wordt er gezegd, “het probleem zal vooral de armste landen treffen. Die krijgen te maken met meer overstromingen, meer ziektes en meer sterfte en dat alles door onze ongebreidelde westerse consumptiedrift.”.

Dat klinkt misschien weloverwogen en verstandig, maar dat is het niet. We zijn blijkbaar bereid om nu wereldwijd honderden miljarden (en wellicht nog veel meer) uit te geven aan het heel misschien voorkomen van een probleem dat arme landen heel misschien over tientallen of honderden jaren zal treffen. Waarom gaan we dan niet nu de problemen van die arme landen van vandaag oplossen. Voor die honderden miljarden dollars kunnen we overal dijken bouwen, iedereen voorzien van schoon drinkwater en sanitair, de hele derde wereld tegen alle denkbare ziektes inenten en dan nog een boel geld overhouden.

Zelfs wanneer de belangrijkste, vele miljarden kostende, maatregelen (het Kyoto protocol) vanaf het begin door alle landen in de wereld zouden zijn nagevolgd zou de gemiddelde wereldtemperatuur (volgens de modellen van de ‘bezorgden’) in 2040 met maximaal 0,07 C zijn afgenomen (of eigenlijk: minder zijn gestegen). Dat kunnen we niet eens meten met onze satellieten. Wanneer je dat voorlegt aan de bezorgde milieu wetenschappers zeggen ze: “Precies, we moeten dus méér doen….”.

 

Voorzorgsmaatregelen zijn altijd een afweging tussen kosten en risico’s. Het is absurd om enorme bedragen uit te geven aan maatregelen (Kyoto protocol) waarvan a)sterk te betwijfelen valt of ze een verschil maken b) ter voorkoming van gebeurtenissen in de toekomst (grote temperatuurstijging) waarvan sterk te betwijfelen valt of ze zullen optreden en waarvan het bovendien c)onzeker is of ze überhaupt wel te betreuren zouden zijn.

Bovendien staan veel van de bedoelde ‘arme landen’ op dit moment aan het begin van hun economische ontwikkeling. Zij willen ook mijnbouw, staalfabrieken en onze ‘ongebreidelde consumptie’. Gaan we ze dat, uit voorzorg, ontzeggen omdat ze dan teveel CO2 produceren waarmee ze zichzelf in de verre toekomst heel misschien in problemen zouden brengen ? In veel gevallen lijkt het daar wel op.

 

Merkwaardig bij alle discussie over AGW is dat alleen aan de borreltafel gesproken wordt over voordelen van global warming. ‘Dan hoeven we voor de zon tenminste niet meer naar Frankrijk’. Als het zo zou zijn dat de aardse temperatuur gemiddeld toeneemt - los van de vraag waardoor dat komt – zou dat erg zijn ? De conclusie is: hoogstwaarschijnlijk niet. Grote stijging van de zeespiegel door het smelten van ijskappen is zelfs in de meest dramatische scenario’s in de komende duizend jaar niet te verwachten. Op dit moment is al wel zichtbaar dat de Sahara woestijn als gevolg van veranderde neerslag­patronen steeds groener wordt. Het smelten van permafrost betekent dat meer landbouwgrond beschikbaar komt in gebieden die nu niet voor dat doel gebruikt kunnen worden. Er zullen meer mensen sterven aan de hitte, maar er zullen er (veel) minder sterven aan de kou. Met een positief saldo.

‘Warming’ lijkt in ieder geval een stuk gunstiger dan ‘cooling’.

 

Dit alles heeft mij hogelijk verbaasd. Hoe is het toch mogelijk dat hele volksstammen zich zorgen maken over AGW, wereldleiders vergaande plannen presenteren, er vele honderden miljarden worden besteed aan iets dat een non-probleem is en hoogstwaarschijnlijk fictie. Terwijl de achterliggende problemen die men beoogt te voorkomen voor een fractie van de kosten nu al opgelost kunnen worden. Of zijn eventuele sterfgevallen in de verre toekomst belangrijker dan concrete sterfte vandaag ?

 

Dat brengt mij op een andere ervaring die ik in mijn zoektocht naar de waarheid keer op keer ben tegengekomen. Men is in feiten nauwelijks geïnteresseerd. Het onderwerp is gepolitiseerd. Er wordt op de man gespeeld.

De wereld rondom AGW is verdeeld geraakt in twee kampen: de ‘bezorgden’ die het establishment vormen en de sceptici. Hoewel ik deze zoektocht onbevooroordeeld begon heb ik steeds meer weerstand gekregen tegen de ‘bezorgden’. Iedere poging tot kritische discussie vanuit het sceptische kamp lijkt door het establishment te worden gefrustreerd en gesaboteerd. Onderzoeksresultaten lijken te worden gemanipuleerd. Rapportage erover wordt vermengd met onversneden propaganda. Kritische review van weten­schap­pelijke onderzoeksresultaten wordt vermeden of tegen­gewerkt. Op tegen­argumenten die hout lijken te snijden wordt niet ingegaan. En vooral: sceptici worden stelselmatig zwart gemaakt. Hun wetenschappelijke achtergrond wordt gebagatelliseerd of in twijfel getrokken, zij worden geacht ‘omgekocht’ te zijn door oliemaatschappijen, de kernenergielobby of ander grootkapitaal met duistere bedoelingen. Of zij horen bij het rabiaat rechtse gevaarlijke kamp van de ‘ontkenners’, vergelijkbaar met de ontkenners van de Holocaust die de mond moet worden gesnoerd.

Het opmerkelijke is nu juist dat de meeste leidende figuren uit de wereld van de sceptici ongebonden zijn. Een zeer groot deel is met pensioen of anderszins vrij van iedere verbinding met een grote organisatie. Het is bij de sceptici dan ook armoe troef. Van structurele ‘funding’ uit één of andere belangenorganisatie is geen sprake. Dit in scherp contrast met de ‘bezorgden’ die betaald worden door de inmiddels schatrijke milieubeweging, overheden en supra­nationale organisaties als de EU en de VN.

Het lijkt allemaal erg op de tijd van Galileo die met zijn hypothese dat de aarde rond was het hele establishment tegen zich kreeg, ondanks zijn overtuigende bevindingen. Toen was het de kerk die zich in haar positie bedreigd voelde.

 

Nadat ik de feiten op me in had laten werken begreep ik dat ik naïef was en een hele andere analyse moest maken. Wie heeft eigenlijk belang bij deze klimaat bangmakerij ? Het publiek niet. De wetenschap niet. De overheden toch ook niet ? De media ? De milieubeweging dan ?

Mijn verklaring is deze.

In brede lagen van de bevolking is er aanhang voor de milieu-ideologie.

Toen de milieubeweging in de jaren ’60 ontstond sprak dat veel mensen aan. Er was een keerzijde aan de vooruitgang. Lucht, bodem en water waren ernstig vervuild geraakt. Dat kon iedereen zien, ruiken en voelen. Overheid en bedrijfsleven waren in eerste instantie aarzelend om echt iets aan de vervuiling te doen. Dat was immers nooit een prioriteit geweest. Bovendien zou het veel geld kosten.

De steun voor de milieubeweging werd massaal. Niet eens zozeer omdat de vervuiling feitelijke ongemakken veroorzaakte. Men was veelal gewend geraakt aan het feit dat de rivieren vergiftigd waren en de lucht in de steden onfris was. Veel krachtiger nog dan de feiten was het idee. Het idee, uitgedragen door de milieubeweging, dat de mensheid uit ordinair winstbejag actief bezig was de hele aarde uit te putten en te vernietigen. Een idee dat rijkelijk kon worden geïllustreerd met voorbeelden uit de praktijk.

Het verhaal was eigenlijk maar een heel klein beetje waar. Maar het sprak geweldig aan. Het paste in de revolutionaire tijdgeest. Het sloot ook naadloos aan bij het schuldbesef dat mensen in onze westerse christelijke cultuur van jongstaf met zich mee dragen. De mens is zondig en altijd geneigd tot het kwade. De overtuiging werd versterkt door het aanvankelijke verzet van overheid en bedrijfsleven. En zeker toen de oliecrisis begin jaren ’70 nog eens leek aan te tonen dat grondstoffen eindig zijn. In die tijd moet de milieu ideologie geboren zijn. Objectieve en evenwichtige rapportage van milieufeiten raakte toen al op de achtergrond.

Sinds de jaren ’70 is er vervolgens enorm veel aan het milieu gedaan. In de westerse wereld zijn de verontreinigingen uit de jaren ’60 nagenoeg geheel verdwenen. Het milieu in onze contreien is nu in veel opzichten schoner dan het in de menselijke historie ooit geweest is.

Feiten hebben in de milieu ideologie echter nooit een grote rol gespeeld. Hoewel vervuiling voor het publiek niet meer waarneembaar is blijft de milieu ideologie springlevend.      

     

Het in de westerse wereld steeds meer wegvallen van religie en grote politieke ideologieën lijkt de massale omarming van de milieu ideologie de laatste jaren nog verder te doen toenemen. Met de Nobelprijs voor de vrede voor Al Gore en het IPCC als voorlopig hoogtepunt.

Het grote publiek gelooft er heilig in. Dat geldt ook voor mensen in de regering en overheid, de wetenschap en de media. Tegen de milieu ideologie ingaan is veel meer dan het entameren van een inhoudelijk debat. Het is het in twijfel trekken van een breed gekoesterd geloof. Ketterij.

 

Naast dit breed verspreide geloof spelen gevestigde belangen een rol.

 

De milieubeweging streeft naar een schoon milieu, maar streeft bovendien naar macht. Logisch, dat doet bijna iedere organisatie. Hoewel de oorspronkelijke doelen van de milieubeweging in wezen bereikt zijn heft deze beweging zichzelf natuurlijk niet op. Milieu (en klimaat) is een hele industriesector geworden met gevestigde belangen, tienduizenden banen, geld en macht. Het onderwerp klimaatverandering is een ideaal onderwerp om nog jaren mee bezig te zijn. Zolang er in de wereld niet duidelijk sprake is van ‘global cooling’ zal het bijna onmogelijk zijn om overtuigend te bewijzen dat AGW onzin is.

De milieubeweging heeft het bespelen van de publieke opinie als haar historische kracht. Nog altijd wordt zij geassocieerd met de dappere David die strijdt tegen de slechte Goliath. Als je vóór het milieu bent ben je een beter mens. Het tegenspreken van de milieubeweging staat in de publieke opinie nog steeds gelijk aan zelfmoord.

De politiek moet de heersende publieke opinie volgen. Vraagtekens zetten bij de klimaat­discussie is slecht voor de (her)verkiezing. Scepsis over milieu en AGW zijn politiek incorrect. Bovendien is al veel ‘politiek kapitaal’ geïnvesteerd in de bestrijding van de menselijke opwarming van de aarde.

De wetenschap dan ? Politieke correctheid speelt ook hier. Wanneer je vandaag als klimaatwetenschapper openlijk belijdt dat je ernstige twijfel hebt over de theorie van AGW kun je verdere groei in je carrière vergeten. Voorstellen die een kritisch onderzoek van ‘global warming’ beogen zullen niet kunnen rekenen op financiering. Bovendien, de sector van klimaatonderzoek groeit voorspoedig, waarom zou je die in gevaar brengen. Onderzoeken wijzen overigens uit dat een groot deel van de klimaatwetenschappers wel degelijk sceptisch is.

Voor de supranationale organisaties als de VN en de EU is man made global warming een geschenk uit de hemel. Net als met het wereldterrorisme hebben we hier een onderwerp dat zich niets aantrekt van landsgrenzen en dat zich bij uitstek leent voor behandeling op supranationaal niveau. Hoe belangrijker AGW wordt gevonden, hoe belangrijker de rol van EU en VN. De steeds schriller wordende waarschuwende toon van het IPCC moet dan ook mede in dit licht worden gezien.

 

Alles bij elkaar een formidabele coalitie van belangen.

 

Blijft over de media. Waarheidsvinding is nooit de belangrijkste drijfveer voor de massamedia geweest. Tegen een wijdverbreid geloof ingaan is niet goed voor de abonnee aantallen en de adverteerders. Bovendien zijn berichten over aanstaande rampen natuurlijk veel aansprekender dan goed nieuws. Ten slotte is  politieke correctheid ook hier een factor. De redenering is: als je het grote publiek bij een belangrijk onderwerp als dit aan het twijfelen brengt gaat men wellicht het belang van milieubescherming relativeren en dat is maatschappelijk ongewenst, politiek incorrect.

Toch moeten belangrijke doorbraken uiteindelijk via de massamedia hun weg vinden. Dat is al eerder gebeurd.

Op de media blijft daarom mijn hoop gevestigd.

 

Ralf Dekker

Zeist

december 2007

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden