S. Fred Singer, is een atmosfeer- en ruimtefysicus. Hij is oprichter en voorzitter van het Science and Environmental Policy Project, een nonprofit organisatie voor onderzoek en educatie in Arlington, Virginia.
Hij is tevens onderzoekshoogleraar met onderscheiding aan de George Mason Universiteit en emeritus hoogleraar milieuwetenschappen aan de Universiteit van Virginia.
Singer schreef diverse boeken en wetenschappelijke artikelen. Recent publiceerde hij, samen met Dennis Avery, Unstoppable Global Warming – Every 1,500 Years (Rowman & Littlefield, 2007) dat de New York Times bestsellerlijst haalde. Eerdere boeken zijn The Greenhouse Debate Continued: An Analysis and Critique of the IPCC
Climate Assessment (ICS Press, 1992), Climate Policy – From Rio to Kyoto (Hoover Institution, 2000), en Hot Talk Cold Science – Global Warming’s Unfinished Debate (Independent Institute, 1997, 1999).Singer heeft op diverse terreinen gepionierd. Aan het Laboratorium voor Toegepaste Natuurkunde van de Johns Hopkins Universiteit werkte hij mee aan de eerste experimenten met zeer-hoog-stijgende onderzoeksraketten waarbij het energie spectrum van primaire kosmische straling en de verdeling van stratosferisch ozon werd gemeten; de ontdekking van de equatoriale electrojet stroom in de ionosfeer wordt aan hem toegeschreven. In de jaren 50 publiceerde hij de eerste studies over subatomische deeltjes in het aardmagnetisch veld – stralingsgordels, later ontdekt door James Van Allen. Hij maakte als eerste correcte berekeningen voor het gebruik van atoomklokken in de ruimte en droeg zo bij aan de verificatie van Einsteins Relativiteitstheorie en nu worden die berekeningen gebruikt in het GPS-systeem van satelliet navigatie. Hij ontwierp satellieten en instrumenten voor ‘remote sensing’ van de atmosfeer en ontving een Presidentiele onderscheiding.
In 1971 berekende hij de bijdrage van de mens aan de hoeveelheid methaan, een belangrijk broeikasgas, in de atmosfeer. Hij voorspelde ook dat methaan als het de stratosfeer zou bereiken in waterdamp zou veranderen wat dan weer de hoeveeljeid ozon zou beperken. Enkele jaren later bleek inderdaad dat methaanniveaus stegen en de toename van de hoeveelheid waterdamp werd bevestigd in 1995.
Singer was hoofdwetenschapper aan het U.S. Department of Transportation (1987- 89); plaatsvervangende assistent administrateur voor beleid aan het U.S. Environmental Protection Agency (1970-71); plaatsvervangend assistent secretaris voor water kwaliteit en onderzoek aan het U.S. Department of the Interior (1967- 70); deken van de Schoon voor Milieu en Planetaire wetenmschappen aan de Universiteit van Miami (1964-67); de eerste directeur van de National Weather Satellite Service (1962-64); en directeur van het Center for Atmospheric and Space Physics, aan de Universiteit van Maryland (1953-62).
In de jaren 80 was Singer gedurende 5 jaar vice-voorzitter van de National Advisory Committee for Oceans and Atmosphere (NACOA). Op het ogenblik leidt hij de nonprofit organisatie Science and Environmental Policy Project dat hij in 1990 oprichtte.

Een beleid van
Wat een heerlijke onzin over de temperatuurstijging op www.klimaatportaal.nl, die wordt geredigeerd door de Nederlandse Propaganda Commissie voor Climate Change(PCCC).
Lees verder naar aanleiding van het laatste rapport (19 februari 2008) van de PCCC “De staat van het klimaat 2007; onderzoek nader verklaard” , het commentaar daarop getiteld “De kunst van het weglaten” (http://www.vrijspreker.nl/vs/index.php?blogid=1, 21 februari 2008). En voorts op www.klimatosoof.nl “Opwarming tot stilstand gekomen”.
Arthur Rörsch
(op de site gezet door TR)
Hallo Keulaars, ik zou er geen bezwaar tegen hebben om geld van de olieindustrie te ontvangen (ik denk dat we blij moeten zijn dat die industrie er is), maar helaas er komt geen cent onze kant op. Een reden daarvoor is dat men daar geleerd heeft aap wat heb je mooie billen te spelen met de milieubeweging. Die moeten ze te vriend houden, ons niet. Ze weten dat wij het alleen maar doen omdat we er echt van overtuigd zijn dat we met iets goeds bezig zijn.
Overigens valt de rijkdom van de olieindustrie in het niet bij de rijkdom van de landen waar die olie vandaan komt. De verschillende staten verdienen veel meer aan olie dan de industrien zowel via de verkoop aan olieindustrien als via belasting. Indirect profiteert U daar ook weer van, maar goed sommige mensen zien de olieindustrie als het belangrijkste kwaad op deze planeet. Ik neem aan dat U heel principieel alle gebruik van olie afwijst en de auto aan de kant hebt gedaan?
Wat U over Singer en over het IPCC
zegt is gezwets. Singer heeft meer dan 400 wetenschappelijke publikaties op zijn naam staan en dat is nog maar een deel van zijn hele oeuvre (zie hier).
Een aardig begin vindt U hier: http://www.groenerekenkamer.nl/Stralingshormese.htm
Een reactie op het argument van de ontbrekende opwarming in de hogere troposfeer zoals gemeten door radiosondes.
Men gaat er hier vanuit dat de ballonmetingen zuiver zijn, zelfs beter dan het veel dichtere meetwerk aan het aardoppervlak. Ik mis het argument dat de weerballonnen in de loop der tijd zijn uitgerust met nauwkeurigere instrumenten. De oudere thermometers zouden te veel zonlicht oppikken en daardoor een te hoge temperatuur doorgeven. Nachtelijke ballonwaarnemingen laten wel een stijgende trend zien. Ruwe satellietdata toonden in eerste instantie ook geen opwarming in de hogere luchtlagen maar die zijn gecorrigeerd, en laten nu wel een opwarming zien, net binnen de bandbreedte van de modellen. Hiermee claimt het IPCC
haar gelijk dat de klimaatsimulaties wel kloppen wat maar ten dele waar is natuurlijk.
Op dit soorten punten, echter, raakt het klimaatonderzoek altijd in dichte mist gehuld en is het voor de geïnteresseerden niet meer te volgen. Dan is het kwestie van geloven of verwerpen. Skeptici worden er van beticht rookgordijnen op de hangen rond CO2
-opwarming. Bij het IPCC kunnen ze er ook wat van, met hun gesleutel en gemorrel aan datareeksen. Wanneer metingen niet overeenstemmen met de theorie is het stil op het onderzoeksfront totdat een wetenschapper een fout heeft ontdekt waarvoor de data kunnen worden gecorrigeerd in het voordeel van de modelresultaten. Deze ‘ontdekking’ wordt dan met veel tromgeroffel naar buiten gebracht. Het is juist deze ontwikkeling die mij zorgen baart en de geloofwaardigheid in de klimaatswetenschap schaadt. Indien de theorie niet met metingen kan worden gestaafd dient de hypothese te worden aangepast. Als achteraf blijkt dat de data niet kloppen kan men alsnog terugvallen op de oorspronkelijke hypothese. Zo werkt dat nou eenmaal in de wetenschap. Maar dit grondbeginsel is bij veel IPCC-geleerden en andere klimatologen helaas niet bekend.
Victor de Vries
L.s.,
Of deze man wel of niet geld krijgt van exxon en/of Phillip Morris is voor mij niet meer dan een gegeven. Het belangrijkste is in mijn optiek de wetenschappelijke context. Is Singer iemand, die op basis van wetenschappelijk onderzoek iets toevoegt? Hoewel ik er niet zoveel verstand van heb, lijkt het mij dat hij in ieder geval zorgt voor een kritische noot. Lijkt mij zowiezo niet verkeerd. Het is prima in orde dat we heel sirieus ook naar dit soort mensen luisteren, voordat we in een tunnelvisie vastlopen.
Nieuwe reactie inzenden