Bert Amesz

Ir. Bert Amesz (1948)was ondermeer 10 jaar algemeen directeur van het ingenieursbureau Iwaco en is nu zelfstandig adviseur waterbeheer. Hij nam met kerst 2009 kennis van het werk van de Deltacommissie en schrok van de ‘knulligheid, angst en napraterij’.

 

 

 

 

 

Stijgt de zeespiegel eigenlijk wel?

PeilschaalDe Tweede Kamer behandelt binnenkort het Nationaal Waterplan met daarin de contouren van het Deltaprogramma dat Nederland tot eind deze eeuw moet behoeden voor overstromingen. Maar hoe valide is een plan dat mede gebaseerd op bevindingen van het IPCC? Hun analyses en projecties worden immers niet kamerbreed gedeeld. Bovendien – zo bleek onlangs – zijn ze ook niet altijd waardevrij. Maar ook de Deltacommissie en het Planbureau voor de Leefomgeving laten steken vallen. Met als resultaat dat de zeespiegelstijging voor zowel de 20e als de 21e eeuw zwaar overschat lijkt te worden.  

Nationaal Waterplan en Deltaprogramma

Het ‘klimaatbestendig’ maken van Nederland vergt deze eeuw een bedrag dat op kan lopen tot €140 miljard. Althans, dat concludeerde de Deltacommissie in 2008. Hun advies is gebaseerd op klimaatscenario’s van KNMI (2006), de bevindingen van IPCC (2007) alsmede een aanvullend onderzoek naar bovengrensscenario’s (2008). De commissie adviseert rekening te houden met een (absolute) zeespiegelstijging van 0,55 tot 1,20 meter in het jaar 2100. De maximumwaarde is daarmee aanzienlijk (factor twee!) hoger dan de door IPCC gehanteerde maximum bovengrens van 0,59 meter. Ook houdt de commissie rekening met een toenemende winterneerslag, resulterend in een hogere piekafvoer van Rijn en Maas. De zomerneerslag daarentegen zou juist afnemen, hetgeen consequenties heeft voor de zoetwatervoorziening in droge zomers. De commissie verwacht overigens geen verzwaring van de stormcondities voor de Nederlandse kust. De voorgestelde maatregelen betreffen ondermeer dijkverzwaring, zandsuppletie voor de kust, rivierwerken en peilverhoging van het IJsselmeer, en zijn door V&W overgenomen in het Nationaal Waterplan. Het plan is inmiddels vastgesteld door het Kabinet en zal dit voorjaar in de Tweede Kamer behandeld worden.

Oorzaak en tempo van de zeespiegelstijging is voor Nederland van cruciaal belang

Zeespiegelstijging kan door verschillende factoren veroorzaakt worden. Direct aan de atmosferische opwarming gerelateerd zijn: de thermische uitzetting als gevolg van warmteopname in de oceanen en de massatoename als gevolg van smeltwater (minus aangroei) van ijskappen en gletsjers. Lokale verschillen kunnen optreden door variaties in oceaanstroming, dichtheidsverschillen, veranderend getij, verandering van het zwaartekrachtsveld op aarde, etc. Bovendien kan er lokaal sprake zijn van een (relatieve) zeespiegelstijging door bodemdaling. Dit laatste speelt bij de Nederlandse kust een belangrijke rol.

Eerst enkele gerapporteerde feiten en conclusies. IPCC constateert een mondiale zeespiegelstijging van ongeveer 18 cm gedurende de afgelopen 130 jaar, hetgeen overeenkomt met gemiddeld 1,4 mm/jaar. In de periode 1961-2003 zou de stijging 1,8 mm/jaar hebben bedragen. Ook suggereert IPCC dat er, op basis van satellietmetingen, sinds 1993 een versnelling is opgetreden tot 3,8 mm/jaar en stelt voorts dat de stijging ‘consistent is met de wereldwijde opwarming’. Deze stijging zou voor 57% veroorzaakt worden door thermische expansie en voor 28% door het afsmelten van ijskappen. De gemeten stijging bij de Nederlandse kust bedraagt sinds begin 20e eeuw ongeveer 17 cm (NB: volgens Deltacommissie en Planbureau voor de Leefomgeving 20 cm) oftewel 1,7 mm/jaar. Op het eerste gezicht lijkt dit in lijn te liggen met de wereldgemiddelde stijging die IPCC rapporteert. Deze getallen zinken overigens in het niet bij de natuurlijke variaties die we vroeger hebben gekend: zo stond de zeespiegel tegen het einde van de laatste grote ijstijd (20 duizend jaar geleden) zo’n 120 meter lager. Maar dat terzijde. Voor het jaar 2100 gaat IPCC in het – relatief ongunstige – emissiescenario A1F1 uit van een mondiale temperatuurstijging in 2100 van 4,0 °C (‘best estimate’) en een zeespiegelstijging van 0,26 tot 0,59 m. De bovengrens wordt voor ongeveer 70% (0,41 m) veroorzaakt door thermische uitzetting; 30% (0,18 m) is het saldo van afkalving en aangroei van gletsjers en de ijskappen op Groenland en Antarctica.

Bij de hierboven gerapporteerde feiten en conclusies kan onmiddellijk een aantal kanttekeningen geplaatst worden.

In de eerste plaats worden de waterstanden in Nederland gemeten t.o.v. het referentievlak NAP. Maar dat referentievlak – gerelateerd aan de bovenkant Pleistocene zandlaag – daalt als gevolg van ‘postglaciale rebound’, tektoniek en compressie van diepe lagen. In west en noord Nederland bedraagt de daling van het referentievlak ongeveer 4 - 8 cm/eeuw. Niet duidelijk is of de metingen navenant zijn gecorrigeerd. Zo niet, dan zou de absolute zeespiegelstijging in de afgelopen eeuw maximaal slechts 9 - 13 cm hebben bedragen. Ook is het bekend dat de waterstanden langs de Nederlandse kust beïnvloed zijn door grote waterbouwkundige werken zoals de Afsluitdijk en Deltawerken. Om die reden maakt de Deltacommissie ook gebruik van metingen bij Norderney. Die laten overigens een stijging zien in dezelfde orde van grootte. Niet duidelijk is in hoeverre deze peilwaarnemingen (en de peilwaarnemingen waarop IPCC zich in algemene zin baseert) gecorrigeerd zijn voor een eventuele lokale daling van het betreffende referentievlak. Het is aannemelijk te stellen dat de gemeten (relatieve) zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust voor een belangrijk deel veroorzaakt wordt door bodemdaling, daling van het referentievlak en verandering van het getij (hogere hoogwaters) en in mindere mate door de opwarming. Het is op zijn zachts gezegd merkwaardig dat op dit punt de Deltacommissie in zijn hoofdrapport voorbij gaat aan de conclusies van het in hun opdracht opgestelde ‘special report’.

Ten tweede is het opmerkelijk is dat in de trends bij de Nederlandse kust en bij Norderney géén sprake is van enige versnelling van de zeespiegelstijging zoals IPCC suggereert. Ook andere bronnen (o.a. University of Colorado) spreken dat tegen – die constateren juist een afvlakking gedurende de afgelopen vijf jaar. Dat beeld wordt bevestigd door de sinds 2005 gemeten vermindering van de warmteopname van de oceanen.

Ten derde moet onderkend worden dat de oceanen (ongeveer 70% van het aardoppervlak en een gemiddelde diepte van 3.800 meter) een immense warmtebuffer vormen en uitermate traag reageren op fluctuaties van de atmosferische temperatuur. Recente modelstudies laten zien dat atmosferische temperatuurstijging zeer langzaam doordringt in het diepere temperatuurprofiel van de oceanen. Bij thermische uitzetting is sprake van een ‘snelle’ (50 jaar) component die zich in de bovenste 300 meter afspeelt en een trage component (‘enkele honderden tot duizend jaar of meer’) op dieptes beneden 700 meter. De modelsimulatie laat zien dat de atmosferische temperatuurstijging van 0,8 °C[1] sinds begin vorige eeuw een thermische uitzetting van slechts 4 cm teweeg zou hebben gebracht, aanzienlijk minder dan de conclusie van IPCC. Mogelijk hebben we ook nog te maken hebben met een naijleffect vanuit een ver verleden, bijvoorbeeld uit de kleine ijstijd[2]. De ‘keerzijde’ is dat, indien de atmosferische temperatuur vanaf heden niet meer zou stijgen, de thermische uitzetting nog een tijdje doorgaat met nog eens 1,5 cm in 2100. Satellietmetingen over de periode 1993 - 2003 laten zien dat de zeespiegelvariatie grote regionale verschillen vertoont: in het oostelijke deel van de Pacific en het westelijke deel van de Indische Oceaan is sprake van een dalende trend; op het noordelijk deel van de Atlantic en de westelijke Pacific is juist sprake van een stijging (thermisch én totaal). De regionale verschillen worden mede veroorzaakt door ‘tijdelijke’ fenomenen zoals de 1997-1998 El Ni?o.

Naast thermische uitzetting is er sprake van zeespiegelverandering als gevolg van het gedrag van gletsjers en ijskappen. Sinds de jaren ’40 is er bij de gletsjers sprake van een afname in de omvang die overeenkomt met een zeespiegelstijging van 2 tot 3 cm gedurende de periode 1940 tot 2000. De relatief snelle afname sinds de jaren ’70 lijkt consistent met de wereldwijde opwarming. In het laatste decennium van vorige eeuw is de afnamesnelheid verdubbeld tot een zeespiegelequivalent van 0,7 mm/jaar en lijkt daarna op dat niveau te stabiliseren. M.b.t. de ijskappen op Groenland en Antarctica is er sprake van ijsgroei op het centrale deel en van afkalving langs de randen. De vorige eeuw geeft voor Groenland een wisselend beeld in de massabalans, variërend (in zeespiegelequivalent) tussen een stijging met 0,07 mm/jaar tot een daling van 0,17 mm/jaar. Over de gehele eeuw gemeten, is de Groenlandse bijdrage aan de zeespiegel verwaarloosbaar klein. Sinds de jaren ’90 is er sprake van massaverlies, resulterend in een zeespiegelstijging van 0,3 tot 0,5 mm/jaar. De ijskap van Antarctica is de afgelopen eeuw gegroeid hetgeen heeft geresulteerd in een zeespiegeldaling van 2,0 cm. Na 2000 lijkt er sprake van een massaverlies dat overeenkomt met een zeespiegelstijging van 0,2 tot 0,5 mm/jaar. Geconcludeerd kan worden dat gedurende de vorige eeuw de afsmelt van Groenland en de kleinere gletsjers grotendeels is gecompenseerd door de ijsaanwas op Antarctica en er derhalve in geringe mate is bijgedragen aan de zeespiegelstijging. Echter, indien de trend van de jaren ‘90 (sterke mondiale opwarming) deze eeuw doorzet, zou dat leiden tot een stijging met ongeveer 20 cm. De sinds 2003 stabiliserende mondiale temperatuur geeft daar echter (vooralsnog) geen aanleiding toe.

Tenslotte is er een opmerkelijk verschil tussen de conclusies van IPCC (maximaal 0,59 meter) en de aanbevelingen van de Deltacommissie (maximaal 1,20 meter). Het verschil is onderbouwd in een aanvullend rapport naar bovengrensscenario’s, opgesteld door wetenschappers die ook bij IPCC betrokken zijn. Kleine verschillen (tot 10 cm) zijn er ten aanzien van de thermische uitzetting, de bijdrage van kleine gletsjers en terrestrische wateropslag. Het grote verschil zit in het gedrag van de Groenlandse en Antarctische ijskap: kans op extra ijsuitstroom vanwege snelle dynamische processen en de instorting van de Amundsen Sea Embayment op West Antartica. Beide fenomenen zijn echter, zo stelt de commissie, uitermate onzeker. In het bovengrensscenario is er desondanks wél rekening meegehouden.

Geconcludeerd moet worden dat de analyse van de zeespiegelstijging (relatief versus absoluut) voor de Nederlandse kust de nodige vraagtekens oproept. Het ziet er naar uit dat gedurende de 20e eeuw de zeespiegelstijging als gevolg van de opwarming aanzienlijk kleiner is dan verondersteld. Omdat de trend van de 20e eeuw semi-empirisch wordt door geëxtrapoleerd naar de 21e eeuw, is er sprake van overschatting van de problematiek. Bovendien is het gedrag van oceanen complex, met als gevolg dat een voorspelling – welke dan ook – uitermate onzeker is. Een troost is dat processen dermate traag verlopen dat er op korte termijn niet drastisch hoeft te worden ingegrepen. De conclusie van IPCC dat de zeespiegelstijging (volledig) consistent is met de opwarming van de aarde over dezelfde periode, lijkt voorbarig; de presentatie in één grafiek (IPCC Synthesis Report, blz 31) zet politieke besluitvormers op het verkeerde been. Hetzelfde is ook van toepassing op de voorbarige constatering van het Planbureau voor de Leefomgeving (VROM) en de Deltacommissie dat de zeespiegelstijging [ad 20 cm] voor de Nederlandse kust geheel door de opwarming zou zijn veroorzaakt.

Neerslag en afvoerregiem grote rivieren

Volgens IPCC manifesteert de klimaatverandering in NW Europa zich door een 10 - 20% hogere winterneerslag en een 10 - 20% lagere zomerneerslag. De hogere winterneerslag heeft consequenties voor de voorjaarsafvoer en hoogwaterstand van de grote rivieren. De Deltacommissie concludeert dat de piekafvoer van de Rijn met 6% - 38% kan toenemen in 2100. De maatregelen die Nederland moet nemen zijn mede afhankelijk van maatregelen die bovenstrooms (Duitsland) getroffen worden. De lagere zomerafvoer – in combinatie met het verhoogde risico van zoutintrusie door de hogere zeespiegel – heeft gevolgen voor de zoetwaterhuishouding in ondermeer Zuid West Nederland. De commissie adviseert het IJsselmeerpeil met maximaal 1,5 meter te verhogen teneinde onder vrij verval op de (verhoogde) Waddenzee te kunnen blijven spuien én de zoetwatervoorraad te vergroten met het oog op langdurige droge zomers. Ook hier kunnen kanttekeningen geplaatst worden. De temperatuur in West Europa (waaronder in De Bilt) is gedurende de afgelopen eeuw sneller gestegen dan gemiddeld op het noordelijk halfrond. De totale jaarlijkse neerslagsom is ook gestegen, met name als gevolg van de (gemeten) hogere winterneerslag. Opmerkelijk is echter dat er – ondanks de opwarming – geen sprake is van een lagere zomerneerslag. Dit uit zich ook in de meerjarige afvoergemiddelden van Rijn en Maas: in vergelijking tot de eerste helft van de vorige eeuw zijn de winter/voorjaarsafvoeren in de tweede helft van die eeuw inderdaad toegenomen, maar is er niet of nauwelijks sprake van lagere zomer/najaarsafvoeren en dus de zoetwatervoorziening vooralsnog niet in het geding is.

Conclusies en aanbevelingen

Nationaal Water PlanDe bescherming van ons land tegen hoogwater is iets waarmee niet lichtzinnig mag worden omgesprongen. Maar tegelijkertijd moet gewaakt worden voor overschatting van de problematiek. De indruk bestaat dat daar sprake van is. Want de maatregelen voor een klimaatbestendig Nederland zijn mede gebaseerd op onvolledige dan wel incorrecte historische analyse over de 20e eeuw en weinig rooskleurige toekomstprojecties van IPCC voor de 21e eeuw die – zoals al langer bekend – niet kamerbreed gedragen worden en die – zoals recentelijk is gebleken – niet altijd waardevrij zijn. De Deltacommissie heeft vervolgens de door IPCC gehanteerde projectie voor de maximum zeespiegelstijging met een factor twee verhoogd door een aantal onzekerheden om te zetten in aanvullende bovengrenswaarden. De resulterende maatregelen zoals opgenomen in het Nationaal Waterplan zijn niet alleen kostbaar maar vergen ook veel van onze schaarse ruimte. Terecht hanteert de commissie een ‘low probability/high impact’ filosofie. Maar gelukkig komt de klimaatverandering niet met tsunamisnelheid op ons af en zal in de toekomst, door verder wetenschappelijk onderzoek en monitoring, geleidelijk aan een beter zicht ontstaan op de werkelijke omvang van de ‘probability’ van klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor onze zeespiegel en afvoerregimes van de grote rivieren. Voorkómen dient te worden dat er nu een tunnelvisie ontstaat waarin de voorgestelde maximum bovengrenswaarden kritiekloos geïnterpreteerd worden als een rigide toetsingsnorm voor bestaande en nieuwe grote waterbouwkundige werken. Beter ware het óók rekening te houden met scenario’s waarin de zeespiegel (in absolute zin) aanzienlijk minder snel stijgt dan de nu gehanteerde bovengrens. Tenslotte wordt aanbevolen dat politieke besluitvormers een beroep kunnen doen op een onafhankelijke (lees: los van IPCC en PBL), pragmatisch ingestelde, multidisciplinaire adviesgroep die in staat is het internationaal onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering te vertalen in adequate maatregelen voor Nederland.

 

 

 

Maart 2010,

Bert Amesz

Adviseur water- en milieuvraagstukken

 



[1] De gerapporteerde snelle opwarming (0,5 °C) gedurende de 1e helft van de vorige eeuw (1910 - 1940) wordt overigens door vele wetenschappers (waaronder KNMI) toegeschreven aan hoofdzakelijk natuurlijke fenomenen zoals hogere zonneactiviteit en afgenomen vulkanische activiteit;

 

[2] Kleine IJstijd tussen 15e en 19e eeuw, met als dieptepunt het Maunder Minimum (1645 – 1720) toen het in West Europa enkele graden kouder was t.o.v. de relatief warme Middeleeuwen en hedendaagse periode.

De site van het Nationaal Waterplan is hier.

Frappant is het naar benden bijstellen van de zeespiegelstijging door het IPPC met zo'n 50% in haar 2007 rapport, zonder dat het IPCC met een wetenschappelijk verklaring komt omtrent de eerdere foute/overdreven zeespiegel voorspelling uit 2001. (voorsignaal voor de huidige fraudes/gates ?)

Ook Kronnenberg smaalt in zijn boek "De menselijke maat" om de IPCC-metingen en lachwekkende alarmistische zeespigelstijging prognoses in haar IPPC-rapport. Mörner stelt op zijn beurt, dat geen enkele serieuze oceanoloog gelooft in de IPCC zeespiegel stijging voorspellingen en wijst op aperte fouten in het rapport over o.a. de Malediven waar zeespeigel 40 cm daalde in plaats van de door IPCC beweerde stijging.

Er is nog een internationale rel geweest, waarom de bewijsfoto's van Mörner door het IPCC waren verdonkeremaand, echter Mörner's Malediven bewijsfoto's staan inmidels weer op het internet, te bezichtigen.

In NL hebben we dagelijks 3 tot 4 meter eb en vloed verschil, die de dijken makkelijk aankunnen. Zelfs de IPCC overdreven zeespiegelvoorspelling stelt in dat licht ook niets voor. Voor die enkele springvloed in de 100 jaar moeten de achterstallige niet verhoogde dijken nog wel allemaal op Deltahoogte worden gebracht, echter dat is oud nieuws sinds 1953.

Veerman heeft zich overigens onsterfelijk belachelijk gemaakt met zijn gepolitiseerde en cliëntelistische deltarapportage "Commissie Veerman", waarbij de NL-gezamelijke dijkenbouwers/baggeraars op een jaarlijks omzet konden rekenen van een paar miljard €  per jaar teneinde "Amersfoort aan Zee" te voorkomen?

Zeespiegelstijging alarmisme = big business

Klimaat/opwarming alarmisme = big business

 

 

 

 

Dank Bert voor deze deskundige en bondige samenvatting van de kwestie!

 

Rob de Vos (www.klimaatgek.nl)

 

'low profile' & 'high impact' slaat op de commissie Veerman in de zin van: 'low profile' = 'niet bereikbaar voor kritiek' en 'high impact' = 'de burger keihard in de portemonee pakken'. Bijzonder onzalig dit dijkenplan, vooral omdat de commissie bestaat uit lieden de meer verdienen bij elke mm zeespiegel stijging.

Bert,

Bravo.

Zend dit svp aan betrokken Tweede Kamerleden.

Zie ook de website van het Ingenieursbureau Boorsma te Drachten.

Vriendelijke groeten.

In het jaar 1999 toen er steeds meer fantasieverhalen over een zeespiegelstijging verschenen, dus nu al 11 jaar geleden, heb ik zelf een onderzoek gehouden in de Middellandse Zee onder gepensioneerde vissers, dus vissers van rond de 65 jaar en ouder, in Spanje, Italie, Griekenland en Turkije. Ik vroeg hen: is er volgens jullie sinds WO II een stijging van de zeespiegel in de Middellandse Zee ??

De antwoorden waren: nee, volgens ons, vissers van 65 en ouder niet.

Of: als er al een zeespiegelstijging zou zijn, dan is die zo klein dat die niet meetbaar is tov het reguliere verschil in eb en vloed, in de Mediterranee rond de 30 cm gemiddeld.

 

En aangezien de M.Zee in open verbinding staat met de Atlantische Oceaan  en de rest van de wereldzee, kan er dus geen sprake zijn van een wereldwijde echte zeespiegelstijging. Het kan dus hooguit regionale verschillen betreffen, bv als gevolg van het dalen en stijgen van de aardplaten.en van de bodem van oceanen, zoals in de Pacific.

Marseiile

@ Schenkels, Marseiile ligt toch in de Middelandse zee?

http://www.pol.ac.uk/psmsl/pubi/rlr.monthly.plots/230051.gif

het is nu 2010 en de vissers waren  65+ , ik zie geen verschil in niveau met toen ze nog erg jong waren, dus zo rond 1955. Misschien als je een nog erg alerte oma kunt vinden van 100+ 

Leuk dat de stijging dus van voor de echte co2 uitstoot was. De stijging van minder dan 10 cm vond dus plaats tussen 1890 en 1950.

Is Marseille omhoog gekomen? Het grafiekje van Venetie is vast heel anders.

@ hans erren,
iets van 10 cm stijging vanaf 1920 ?

Hoewel, de stijging in Venetie is wel meer, maar vooral van voor 1950,

staat het een beetje stil in de middellandse zee?

 http://www.youtube.com/watch?v=GPg7v6iUXcw

Goed artikel.

Het verwondert me ook, dat de 'harde' stijgingsdata vrijwel nergens te vinden is, terwijl het als pseudo-argument dagelijks gebruikt wordt door de politiek. Wordt een beetje afgeschermd voor het volk ?

De volgende is ook wel aardig, vooral de 'artist impression'.

http://devlaamsezeeuw.blogspot.com/2009/07/oei-de-zee-stijgt.html

 

Het is inderdaad zo, dat men naar Nederlandse maatstaven de hele Belgische kust moet verbouwen...

Blijkbaar is het alleen mogelijk te reageren op het artikel over zeespiegelstijging.

Ik wil echter reageren op op de wonderlijke stelling dat windmolens zorgen voor aardse opwarming vanwege hun stromingsweerstand.

Als Klimatosoof serieus genomen wil blijven moeten ze wel zin van onzin weten te scheiden.

Als een windmolen door zijn stromingsweerstand de mondiale temperatuurstijging  zou vergroten, hoeveel meer zal dat het geval zijn bij bomen en daar staan er echt veel meer op aarde dan er ooit aan windmolens zullen komen.

J pollemans:

De harde stijgingsdata is hierzo:

http://www.pol.ac.uk/psmsl/psmsl_individual_stations.html

 

PSMSL Monthly and Annual Mean Sea Level Station Files

The following list of PSMSL stations is in PSMSL country/station code order, essentially west to east around the world coastline, starting in the N.E. Atlantic Arctic and ending in N.E. Canada and Greenland, with the Antarctic following subsequently.

Column 1/2 = PSMSL Country/Station Code. Click on this to get a small map showing station location

Column 3 = Rm. Click on this to obtain RLR monthly data for this station (if an RLR station)
Column 4 = Pm. Click on this to obtain a plot of the RLR monthly data (if an RLR station)
Column 5 = Mm. Click on this to obtain Metric monthly data for this station
Column 6 = Ra. Click on this to obtain RLR annual data for this station (if an RLR station)
Column 7 = Pa. Click on this to obtain a plot of the RLR annual data (if an RLR station)

Column 8 = Docu. Click on this to obtain brief station documentation
Column 9 = GLOSS Code. Click to obtain GLOSS Handbook documentation for this station

Column 10 = Dg. Click on this for an RLR diagram chart (if available)
Column 11 = Authority Code (data supplier). Click on this for the authority's address

Column 12/13 = Latitude/Longitude
Column 14 = Station Name

 

   
010/001  Rm  Pm  Mm   Ra  Pa   Docu  229  Dg  55   64 09 N  21 56 W  REYKJAVIK                               

etc...

Hans Erren @

Mon Dieu !

Hoe stop ik dat nu in een model ? Is daar een model voor..?

Dit kost me weken !

Overigens loopt mijn vraag ook aan RWS Zeeland, waar men al weken zucht...Maar ze hebben een antwoord beloofd.

Wel gek, dat we dagelijks gewezen worden op die stijging en Ballast Nedam zich al opwarmt op miljardenprojecten, maar harde data zo moeilijk te analyseren is.

Dat stinkt een beetje , totdat het tegendeel wordt bewezen, naar een hoax

Een goed stuk, logisch duidelijk geschreven en zonder twijfel juist echter bereiken we daar iets mee???

Toelichting:

De begrippen global warming en klimaatverandering zijn doorgedrongen tot in de nerven van onze maatschappij.

Dagelijks wordt iedere burger vele malen geconfronteerd met deze begrippen.

Politici, kranten, advertentiebureaus bedrijven etc. gebruiken deze begrippen dan ook allemaal voor hun eigen doeleinden.

- Een prius is zuinig.

Ja dat klopt alleen vergeten ze dat een prius zuinig kan zijn in een omgeving waar veel afgeremd moet worden. In het noorden waar vaker kan worden doorgereden is iedere beetje moderne diesel veel zuiniger.

Dan heb ik het nog niet over de accu die meegezeuld moet worden en die na verloop van tijd vervangen zal moeten worden.

- Een windmolen is goed voor vermindering van de co2 uitstoot

klopt alleen als deze kleinschalig worden toegepast in de eigen achtertuin met accubuffering.

Niet in grote aantallen omdat dan piekscheerders vaker en met grotere vermogens moeten worden ingezet waardoor het totale rendement van het energiesysteem uiteindelijk zal dalen.

- Zeespiegelstijging zal plaats vinden als de zuidpool smelt en de temperatuur van het zeewater toeneemt.

Klopt ook echter de temperatuur van het zeewater is al dalende door de vermindering van de zonneactiviteit en ook loopt de mondiale gemeten temperaturen al langer niet meer  volgens de door het IPCC voorspelde trend en er dak ook vrijwel zeker sprake zijn van een trendbreuk.

Je kan uitgaande van de huidige ontwikkelingen met net zo veel zekerheid een zeespiegeldaling voorspellen.

Zo kun je nog vele voorbeelden bedenken.

Huidige situatie

De praktijk is echter dat zoals boven aangehaald de CO2 hype is doorgedrongen in alle facetten van de maatschappij.

Denk aan autoreclame maar denk ook aan de plannen van de politiek zowel landelijk als lokaal en dat daar veel geld mee is gemoeid.

Dan ontstaan er prachtige projecten waar veel eer aan  te behalen is.

Enkele voorbeelden

- Kijk naar het bovenstaande artikel. Los van het feit dat ook hier de ellende wordt uitvergroot en zeer dure oplossingen worden bedacht zijn er commissies en ambtenaren bezig waarvan zonder enig maatschappelijk voordeel.

- Een gemeente die bij de aanbesteding van werken b.v. aangeven dat de hydraulische olie die de aannemer in de machines gebruikt van biologische oorsprong moet zijn.

Dat daarmee de levensduur van deze machines met 30% wordt verkort maakt niet uit dat verdwijnt in de aanneemsom.

Een andere gemeente geeft trots aan dat nu de eigen auto,s op biogas rijden.

Dat betekent kleinschalige opslag of productie, een onrendabel distributiesysteem, kosten voor het ontwikkelen en toepassen van de aanpassing van de auto,s dat alles op basis van verhoging van de ogb?

opm. Biogas als je dat al wilt gebruiken kan uitstekend opgewaardeerd worden en aan het aardgasnet worden toegevoegd. Het rijden op aardgas zou in dit geval veel effectiever zijn.

samenvatting en conclusie.

Er is een jarenlange ontwikkeling geweest gebaseerd op informatie van het ipcc wat in de aanvang al als doel had om de effecten van de global warminng in kaart te brengen. De vraag of er wetenschappelijk gezien wel sprake was van global warming kwam niet meer in beeld.

Vervolgens werden wetenschappers die niet in de lijn liepen afgeserveerd en belachelijk gemaakt.

Zij kregen geen odrachten meer en artikelen werden weggefilterd.

Daarna kwam er een zeer effectieve campagne met films en voorspelde rampen om de boodschap uit te dragen.

Ook voor kranten en tijdschriften bleek er een soort censuur te ontstaan en kwam alleen de boodschap door waarbij niet kritisch meer werd gekeken.

Het effect is duidelijk.

Er is een groot geloof ontstaan in de voorspellingen van het IPCC de vraag is of er nog een ommekeer te verwachten is.

In mijn vak is er een belangrijke formule die nog steeds opgaat.

Effectiviteit is kwaliteit maal acceptatie.

De praktijk is dan ook dat alle artikelen op de websites van de klimatosoof, de groene rekenkamer, de site van klimaat fraude etc. een duidelijk ander  beeld geven van de actuele situatie.

Je kunt al voorspellen dat deze info niet binnen komt.

De kwaliteit kan hoog zijn maar de acceptatie van deze info is binnen de groep gelovigen marginaal. zodat het effect 0 genoemd kan worden.

De werkelijkheid is namelijk dat een groot deel van deze info de gemiddelde burger niet eens of sterk vervormd bereikt, terwijl de boodschap van een econoom die de schone lucht als variabele meeneemt in een eigen computermodel en vervolgens aangeeft dat de temperatuur nog wel 2 graden warmer zal worden als het IPCC al eerder voorspelde breed wordt uitgemeten in de pers.

Conclusie

De conclusie kan dan ook zijn dat zonder een objectieve open houding van pers en politiek naar deze zaak er weinig effect bereikt wordt door de groene rekenkamer en gelijkgestemde sites en grote groepen blijven geloven in de relatie CO2 en global warming.

 

Ik denk dat het heel simpel is: we houden de stijging of daling van de zeespiegel in de gaten. Wanneer deze inderdaad significant blijkt te stijgen, nemen we de maatregelen die dan nodig zijn. Treedt er in de jaren daarna nog meer stijging op, dan nemen we opnieuw de maatregelen die nodig zijn. 

Meer dan 20 tot 30 jaar vooruitkijken lijkt me niet nodig, omdat maatregelen toch zeker wel binnen een 10 tal jaren uitgevoerd kunnen worden.

 

 

beste Gerard

Deze wijze van aanpak vereist enige twijfel aan de gegevens van het IPCC en een rationele benadering

De houding is echter op dit moment nog steeds dat de info juist is en snel handelen geboden.

Dan ga je niet wachten

 

@h matthijsen

Gerard heeft gelijk, elke vijf jaar is er een wettelijke toets op de waterkeringen, dat is meer dan voldoende:

1) Een dijk wordt aangelegd met een zekerheidsmarge van 50 cm bovenop de ontwerphoogte.

 2) Stormvloeden in Nederland worden veroorzaakt door stuwing van noordwesterstormen, hierin is helemaal geen opwaartse trend waargenomen. 

Fantastisch, al die reacties! Hierbij een korte reactie mijnerzijds op een aantal van de genoemde punten. Venetië is een verhaal apart: dat zakt – met peilschaal en al – langzaam weg. De peilschaal staat overigens in de lagune, tegenover San Marco, en zal derhalve beïnvloed worden door locale omstandigheden, helemaal als de waterkering klaar is. De geconstateerde zeespiegelstijging is voor een groot deel bodemdaling die is opgetreden als gevolg van grondwaterontrekking op dieptes tot 350 meter. Toen men ontdekte dat men daarmee de stad omlaag trok, is de winning gestopt. Dat was omstreeks 1970. In de grafiek van PSMSL 270/054 lijkt dat punt aardig gemarkeerd: vanaf dat moment is er nauwelijks sprake van enige stijging. Dat geldt overigens ook voor andere meetpunten in het noordelijk deel van de Adriatic bij Trieste, Koper en Rovinj. Opmerkelijk is dat alle meetpunten een zeespiegeldaling laten zien in de periode 1990–1995, hetgeen absoluut niet correspondeert met de opwarming. Ná 1995 is er sprake van een stijging, maar de hoogste niveaus liggen niet significant hoger dan die van de jaren ’60. Voor de grafiek van PSMSL 230/051 bij Marseille geldt overigens het zelfde. Ook daar is sprake van bodemdaling, zij het niet zoveel als bij Venetië. Men heeft daar nu een GPS-station geïnstalleerd om de bodemdaling te monitoren. Nog iets over de dijkhoogten. Bij het Deltaplan is men voor de zeekering voor de Randstad indertijd uitgegaan van een enigszins arbitrair vastgestelde overschrijdingsfreqentie van 1:10.000 (dus eens in de tienduizend jaar). Ter vergelijking: de stormvloed van 1953 (combinatie van springtij én stuwing door exceptionele stormcondities) had een overschrijdingskans van 1:500. Bij de resulterende Deltahoogte NAP + 5,0 meter is nog eens 7,0 meter opgeteld voor golfoploop. Redelijk ‘solide’ dus. Mocht de zeespiegel geleidelijk aan nog wat stijgen, dan wordt het iets onveiliger (eens in de 9.000 jaar?). Valt ook wel mee te leven, dacht ik. Anders is het voor de rivierdijken: die zijn ontworpen op ‘slechts’ 1:1250. Tenslotte nog iets over de politieke besluitvorming: ik had mijn verhaal reeds voorgelegd aan de kamercommissie V&W die zich op 29 maart a.s. zou buigen over het Deltaprogramma. Vanwege de politieke situatie is de vergadering nu geannuleerd. De druk is even van de ketel, maar we moeten de vinger wél aan de pols houden.

Bert Amesz, 21 maart 2010.

Wat ik toch niet begrijp in heel dat discours of de stijging van het zeeniveau is het volgende:

in de fysicales was het grote axioma dat water de enige substantie is dat zowel uitzet als het gasvormig wordt en uitzet als het bevriest.

 

Hoe verklaren al deze zogezegde wetenschappers dan dat door het smelten van de ijskappen enz... dat het zeeniveau zal stijgen? Met mijn inzicht (waarschijnlijk onvoldoende inzicht terzake) zou bij het smelten van de ijskappen, het zeeniveau moeten dalen, aangezien ijs terug in water verandert, en dus krimpt in plaats van uitzet.

 

Volgens mij ligt daar ook nog stof ter discussie.

die "zogezegde" (sic) wetenschappers verklaren dat

1) met de wet van Archimedes die stelt dat eenzelfde massa zorgt voor eenzelfde verplaatsing van water. En is daarmee dus onafhankelijk van het volume van de massa van het voorwerp; of waarom een ijsberg niet anders kan dan boven water uitsteken

2) omdat het over de smelt van de op het land gelegen poolkappen gaat. En gesmolten ijs, dat stroomt tgv de zwaartekracht naar het laagste unt

 

 

N.a.v. de reacties van Braatsche en Toine het volgende. Je moet inderdaad onderscheid maken in landijs (ijskappen op land zoals Antarctica, Groenland, gletsjers) en zeeijs (Noordpool, Noordelijke IJszee, ijsbergen). Smeltend zeeijs beinvloedt de zeespiegel niet omdat het watervolume van de gesmolten ijsberg gelijk is aan het volume van volume van het deel van de ijsberg dat onder water steekt. Zie Toine/Archimedes. Voor landijs is het anders. Op het koude centrale deel van Groenland en Antarctica is er sprake van aangroei, terwijl langs de randen afkalving plaats vindt. Het verschil tussen aangroei en afkalving vindt je terug als een zeespiegelstijging of - daling. Dit is een proces dat al miljoenen jaren aan de gang is. (NB: de bekende filmpjes met zielige ijsbeertjes laten uitsluitend de afkalving zien, niet de aangroei). Overigens spelen nog een aantal andere factoren een rol, bijvoorbeeld 'zelfgravitatie'. Zo oefent het landijs op Groenland een aantrekkingskracht uit op het omringende water, waardoor de zeespiegel daar (en bij ons)wat hoger ligt. Het merkwaardige doet zich dan voor dat - als het landijs smelt - de aantrekkingskracht minder wordt en de zeespiegel bij Nederland juist daalt. Dit effect zou afgetrokken moeten worden van de stijging die optreedt als gevolg van het smeltwater. Het probleem is door de wetenschappers onderkend, maar nog niet in getal uitgedrukt. Voor Antarctica werkt het voor ons net andersom.

tja, vies plaatje over de zeespiegelstijging. Het lijkt net of dat de zeespiegelstijging tot 200 1,7 mm was en na 1994 (latest data) naar 3,3 mm per jaar is gegaan. In werkelijkheid is de zeespiegelstijging van de getijdemeters nog steeds 1,7mm per jaar. Heb nooit kunnen vinden waar dat verschil er in zit, behalve de reden die Morner aangeeft, nl dat deze stijging een kunstmatige correctie in de satellietgrafiek zou zijn.  

Weet je ook gelijk dat de je bij de rest van de informatie op deze site op je hoede moet zijn.

voor de getijdemeters tot 2008

http://www.cmar.csiro.au/sealevel/

Google Earth en de GPS toepassingen zijn ook niet betrouwbaar: NASA satellieten...

@Anoniem, GPS is heel betrouwbaar, ik ben er beroepshalve van afhankelijk, Google Earth heeft afwijkingen tot 300 m (kijk maar eens naar de geografische lengte van het greenwich observatorium).

Het verschil tussen zeespiegelstijging meten met satellieten en met getijdemeters is dat satellieten ook midden op de zee kunnen meten. De trends mag je dus niet vergelijken.

hans, dus midden op zee stijgt de zeespiegel harder, dat klopt want als ik het bad laat vol lopen staat het in het midden van het bad altijd hoger.....of niet.

ik begrijp je opmerking niet.

 

Wéér een eiland verzwolgen. Dat alarmerende nieuws brachten diverse landelijke en internationale media 25 maart jl. Het zou gaan om een (rots)eilandje in de Bengaalse Golf dat ondergegaan is als gevolg van de snelle zeespiegelstijging. Een tiental andere eilandjes zou dit voorbeeld gaan volgen. Oorzaak: de 'global warming'. Het klinkt angstaanjagend, maar is het wel zo? Enkele feiten op een rij.

Om te beginnen is het betreffende - onbewoonde - eilandje New Moore Island (of South Talpatti Island) geen rotseiland, maar niet meer dan een vlakke uit zijn krachten gegroeide zandplaat die bij laagwater amper 2 meter boven de waterspiegel van de ondiepe zee uitsteekt. Vergelijkbaar met Rottumerplaat. Ook ligt het eiland niet 'ergens in de Bengaalse Golf', maar in de monding van de Haribanhanga River, de grensrvivier tussen Bangladesh en India. Door de enorme sedimentsbelasting van de rvieren is er sprake van een grillige en wispelturige kustlijn waar water en land geleidelijk in elkaar overvloeien. En zo nu en dan raast er een cycloon door de regio: zó is het eiland dan ook 'plotseling' ontstaan - in de jaren '70, na de Bhola cycloon.

Wetenschappers van de lokale universiteit schrijven de verdwijning volledig toe aan de snelle stijging van de zeespiegel als gevolg van de global warming. Dat is nog maar de vraag. Want satellietmetingen (IPCC-2007; WG1-Fig 5.15; zie ook het plaatje van Hans Errens) laten zien dat het juist in het noordelijke deel van de Indische Oceaan - met inbegrip van de Bengaalse Golf - wat dat betreft nogal meevalt. Ook de peilwaarnemingen van het nabij gelegen Hiron Point wijzen niet in die richting - die paar centimeters zullen het verschil niet maken.

Méér voor de hand ligt dat het eiland (lees: zandbank) is ondergegaan zoals het kwam: bij springvloed, tijdens een zware storm...

 

Alarmisme omtrent opwarming en zeespiegelstijging is direct gekoppeld aan de behoefte aan meer onderzoekssubsidies door de VN en overheid. Zo bewijst deze lokale Bengaalse Universiteit, die de gehele linkse alarmistische wereldpers weet te mobiliseren.

 

Bij dergelijk alarmisme is het feitelijk heel simpel:"Follow the money" en "Find out who pays the banner".

 

 

@baksteen

De oceaan is geen badkuip, zeespiegelstijging is niet uniform op de aarde zoals je aan het plaatje kunt zien.

Zo'n dertig jaar geleden las ik een roman welke zich afspeelde in dat gebied. De kern van het verhaal was inderdaad dat men te kampen heeft met een enorme bevolkingsdruk en dat gelukzoekers de nieuwe, aangeslibde eilandjes zo snel mogelijk koloniseren.

Het verhaal ging verder over de enorme tegenslag waar men mee te kampen heeft, niet alleen de overstromingen, maar ook de afstand tot de centrale marktplaats zorgde er voor dat men niet kon verdienen wat men dacht te kunnen verdienen. Bij sommigen werd de hoop zo ingeslagen dat men op een dag uit wanhoop maar gewoon de zee op voer om nooit weer te keren.

De roman speelde zich af zo rond 1900.

 

@hans

maar dan stijgt het dus structureel in het midden veel harder dan aan de kant,

da ken toch nie wa sijn!

@baksteen: ja, stijgt in het midden veel harder.

Er is een zuivere wetenschappelijke verklaring voor: als de watertemperatuur boven de 4 raden toeneemt dan daalt het s.g.; bij een gelijkblivende aantrekkingskracht van de aarde

bolt de oceaan meer op. Ook omdat er in het midden meer water is...Het is ook een maat voor de gemiddelde temperatuur van de oceaan.

De relatief sterke zeespiegelstijging ten oosten van Indonesie (oranje vlek in plaatje @29) wordt veroorzaakt door de passaatwinden langs de evenaar. Opgewarmd oceaanwater hoopt zich dan op, en geeft verhoging door uitzetting en opstuwing. Aan de andere kant van de Pacific, bij Equador, is het juist tegengesteld. Eens in de 3-7 jaar draait het systeem om: El Nino. Een sterke El Nino, zoals in '97/98, kan regionaal een zeespiegelverandering van enkele tientallen centimeters veroorzaken in het equatoriale deel van de Pacific. Met de satelliet wordt die wél gemeten; via de peilschalen langs de kust meestal niet (m.u.v. bijvoorbeeld Manilla). Dat kan het verschil verklaren.

Helemaal duidelijk, vandaar ook de relatief heftige uitslagen van de satellietgrafiek. Thanks voor de info

@Baksteen. Ik vond dit plaatje nog:

Lijkt eigenlijk wel een beetje op die badkuip van je.

 

Brilliant dit artikel. Smullen. En dit kun je exporteren. Zwitsers weten van horloges, Fransen van kaas, Zweden van lucifers,Duisers van CHEMIE,  en Nederlanders:

VAN DE ZEESPIEGEL NATUURLIJK.

Metingen vanaf 1700.Yo.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.

Meer informatie over formaatmogelijkheden