Wat is het verschil tussen het smelten van landijs en zee-ijs voor de zeespiegelstijging

Wat is het verschil tussen het smelten van landijs en zee-ijs voor de zeespiegelstijging

Wat gebeurt er bij het smelten van landijs

Landijs is ijs dat op land ligt, zoals gletsjers en ijskappen op Groenland en Antarctica. Dit ijs rust op gesteente en draagt niet bij aan het huidige watervolume in de oceaan. Zodra landijs smelt, stroomt het smeltwater via rivieren en meren uiteindelijk naar zee. Daarmee komt er extra water bij in de oceaan en stijgt de zeespiegel daadwerkelijk.

Het smelten van landijs werkt dus op dezelfde manier als een kraan die open wordt gezet in een badkuip. De bak is de oceaan, en het landijs fungeert als een externe watervoorraad die er druppelsgewijs bij komt. Hoe warmer het wordt, hoe harder die kraan open gaat. Dat proces is niet lineair: als ijsmassa’s instabiel worden, kunnen ze versneld afglijden en in korte tijd veel extra water aan de oceaan toevoegen.

Waarom landijs extra risico geeft

Het grote risico van landijs is dat er enorme hoeveelheden in opgeslagen liggen. Als maar een deel daarvan verdwijnt, betekent dat al merkbare zeespiegelstijging. Bovendien kan het verlies van landijs processen op gang brengen die lastig te stoppen zijn. Denk aan het verdwijnen van ijs dat landoppervlak beschermt tegen opwarming. Zonder die witte laag wordt het onderliggende gesteente of land donkerder, neemt meer zonlicht op en warmt sneller op, waardoor het smelten verder versnelt.

Wat gebeurt er bij het smelten van zee-ijs

Zee-ijs drijft op de oceaan, zoals het pakijs rond de noordpool of ijsplaten die los op water liggen. Volgens het principe van Archimedes verdringt drijvend ijs precies zoveel water als overeenkomt met zijn massa. Wanneer dat ijs smelt, verandert alleen de vorm: van vaste naar vloeibare fase. Het volume water dat het inneemt blijft in grote lijnen gelijk, waardoor de zeespiegel zelf niet merkbaar stijgt.

Je kunt dit thuis testen met een glas water gevuld met ijsblokjes. Zodra het ijs is gesmolten, staat het water nog steeds op vrijwel hetzelfde niveau. Dit is de reden dat het smelten van drijvend poolijs op zichzelf geen directe bijdrage levert aan extra zeewaterhoogte, ook al is het visueel een dramatische verandering.

Hoe zee-ijs toch bijdraagt aan zeespiegelstijging

Dat zee-ijs de zeespiegel niet direct verhoogt, betekent niet dat het onbelangrijk is. Zee-ijs werkt als een witte spiegel die zonlicht terugkaatst. Als deze ijslaag verdwijnt, komt er donker zeewater aan de oppervlakte. Dat water absorbeert veel meer zonlicht en warmt sneller op. De oceaan fungeert daardoor als een warmtebuffer die meer energie vasthoudt.

Die extra warmte heeft twee gevolgen voor de zeespiegel. Ten eerste zet warmer water uit, een proces dat thermische uitzetting heet. Hierdoor stijgt de zeespiegel zonder dat er extra water bijkomt. Ten tweede kan een warmere oceaan landijs aan de randen sneller doen smelten, vooral waar gletsjers in zee uitmonden. Daarmee versterkt het verlies van zee-ijs indirect het smelten van landijs, wat de zeespiegel op termijn verder omhoog brengt.

Waarom dit onderscheid belangrijk is

Voor klimaatbeleid en aanpassing aan zeespiegelstijging is het cruciaal om te begrijpen dat smeltend landijs direct water toevoegt aan de oceaan, terwijl smeltend zee-ijs vooral via omwegen bijdraagt. Maatregelen om verdere opwarming te beperken remmen alle processen tegelijk, maar voor het inschatten van risico’s voor kustgebieden moet speciale aandacht uitgaan naar de stabiliteit van grote landijsmassa’s en de snelheid waarmee de oceaan opwarmt.