Hoeveel bespaar je per jaar met vloerisolatie in een tussenwoning uit 1975 van 60 m2?

Hoeveel bespaar je per jaar met vloerisolatie in een tussenwoning uit 1975 van 60 m2?

Vloerisolatie in een tussenwoning uit 1975 met een vloer van 60 vierkante meter levert gemiddeld 150 tot 300 kubieke meter gas per jaar op. Bij een gasprijs van 1,30 euro per kubieke meter is dat 195 tot 390 euro per jaar. De investering ligt vaak tussen de 1.500 en 3.000 euro, waardoor je het geld in ongeveer zes tot tien jaar terugverdient. Daarnaast voelt het in huis behaaglijker, omdat de koude vloer verdwijnt.

Waarom de vloer zo veel warmte laat ontsnappen

Een tussenwoning uit de jaren zeventig is gebouwd met een betonvloer of houten begane grondvloer boven een kruipruimte, zonder isolatie. De kruipruimte is koud en vochtig, en die kou trekt rechtstreeks in je woonkamer. Een niet-geïsoleerde vloer verliest ruwweg 10 tot 15 procent van de totale warmte van een woning. Dat is minder dan bij een dak of een spouwmuur, maar het is de goedkoopste en vaak de meest merkbare maatregel, omdat je koude voeten direct voelt verdwijnen.

Woningen uit de periode rond 1975 hebben vaak al wel spouwmuurisolatie of dubbel glas, maar de vloer is blijven liggen zoals hij was. Dat maakt vloerisolatie in dit bouwjaar een logische vervolgstap, zeker als je al HR++ glas hebt en toch koude voeten houdt.

Rekenvoorbeeld: 60 vierkante meter vloer

Stel dat je tussenwoning een begane grondvloer van 60 vierkante meter heeft en een gasverbruik van 1.200 kubieke meter per jaar. Een goede vloerisolatie met een Rc-waarde van 3,5 vermindert het warmteverlies door de vloer met ongeveer 70 tot 80 procent. Daarmee bespaar je ruwweg 12 tot 20 procent op je totale stookkosten, afhankelijk van hoe groot het deel van de vloer in je totale verlies is.

  • Verbruik voor isolatie: 1.200 m3 gas per jaar, kosten ongeveer 1.560 euro bij 1,30 euro per m3.
  • Besparing: 150 tot 250 m3 per jaar, dus 195 tot 325 euro.
  • Kosten van isolatie: bodemisolatie met isolatieparels of schuim kost ongeveer 25 tot 40 euro per m2, dus 1.500 tot 2.400 euro voor 60 m2.
  • Terugverdientijd: ongeveer 6 tot 10 jaar, met subsidie of een lagere offerte korter.

Het bedrag verschilt per woning. Heb je een lage kruipruimte van minder dan 30 centimeter, dan kiest een isolatiebedrijf vaak voor isolatieparels of PUR-schuim dat tegen de onderkant van de vloer wordt gespoten. Kun je de kruipruimte gemakkelijk in, dan komen ook isolatieplaten van PIR of EPS in beeld.

Welke opties heb je?

Bodemisolatie

Hierbij wordt de kruipruimte gevuld of afgedekt met een isolerende laag, bijvoorbeeld foliedek met isolatieparels of een laag schuim tegen de bodem. Het is meestal de goedkoopste methode (circa 15 tot 30 euro per m2) en je hoeft geen meubels te verplaatsen. Ze past goed bij woningen waar de kruipruimte onder de 50 centimeter hoog is.

Vloerisolatie aan de onderzijde

Isolatieplaten of een schuimlaag tegen de onderkant van de vloer. Dat kost vaak 30 tot 50 euro per m2, maar levert een hogere Rc-waarde op en dus een betere besparing. Het is geschikt als je een hogere kruipruimte hebt of wilt dat de ruimte droog en toegankelijk blijft.

Isolatie aan de bovenzijde

Dit is vooral interessant als je toch de vloer vervangt of je een nieuwe vloerafwerking legt. Het kost wat hoogte in de kamer en is duurder, maar je hoeft niet in de kruipruimte.

Vergelijking in een oogopslag

Om de keuze te vergemakkelijken zetten we de drie methoden naast elkaar voor een vloer van 60 vierkante meter. Bodemisolatie kost ongeveer 900 tot 1.800 euro en duurt een halve tot een hele dag; onderzijde-isolatie kost 1.800 tot 3.000 euro en duurt een tot twee dagen; bovenzijde-isolatie loopt al snel op tot 3.000 euro of meer omdat de vloerafwerking mee moet. De besparing op gas ligt bij alle drie op ongeveer dezelfde orde van grootte, zolang de Rc-waarde rond de 3,5 uitkomt. Daarom is de goedkoopste methode meestal ook de snelst terugverdiende, mits je kruipruimte hoog genoeg en droog is.

Wat zijn de aandachtspunten?

De belangrijkste valkuil is vocht. Een kruipruimte met vocht, schimmel of houtrot moet eerst worden aangepakt, anders sluit je het probleem op onder de nieuwe isolatielaag. Laat daarom altijd een inspectie doen voordat je offertes vergelijkt. Een goed bedrijf meet de luchtvochtigheid en de toestand van de houten balken en adviseert op basis daarvan. Zorg ook voor voldoende ventilatie van de kruipruimte, want zonder luchtstroom blijft het vocht hangen.

Controleer verder of de leidingen in de kruipruimte worden meegeïsoleerd. Water- en verwarmingsbuizen vriezen eerder dicht als de kruipruimte kouder wordt door de isolatie van de vloer. Een goed isolatiebedrijf houdt hier rekening mee en isoleert de leidingen of laat ze meelopen met de warmte van het huis.

Subsidie en financiering

Voor vloer- en bodemisolatie bestaat in Nederland de ISDE-subsidie (Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing), zolang je minimaal twee isolatiemaatregelen combineert, bijvoorbeeld vloer- en dakisolatie. De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal vierkante meters en de Rc-waarde, en regelmatig komt het voor dat de regeling wordt aangepast. Controleer daarom voor de start van het project bij RVO of je in aanmerking komt, want achteraf aanvragen is niet altijd mogelijk. Ook kun je een lening afsluiten via het Nationaal Warmtefonds met een lage rente, wat vooral handig is voor mensen met een kleiner spaargeld.

Zo pak je het aan

Begin met het opvragen van drie offertes van bedrijven met een erkend kwaliteitskeurmerk. Laat in elke offerte de Rc-waarde, het materiaal, de dikte en de garantie vermelden. Vraag ook of het bedrijf de kruipruimte vooraf inspecteert en een rapport meelevert. Plan de uitvoering bij voorkeur in het najaar of de lente, wanneer de kruipruimte droog is. Het werk duurt meestal één tot twee dagen, en je merkt het resultaat al in de eerste koude week.

Wie nog twijfelt, kan het verschil zelf meten: leg een digitale thermometer op de vloer voor en na de isolatie. Een vloer die in de winter 14 graden is en na isolatie 18 graden, geeft meteen een gevoel van de winst. Ook de thermostaat kan een graad lager, wat op zichzelf al zo'n 6 procent bespaart.