Wat is de impact van veeteelt op klimaatverandering
Veeteelt heeft een veel grotere invloed op klimaatverandering dan vaak wordt gedacht. Het gaat niet alleen om de uitstoot van broeikasgassen op het erf, maar ook om alles wat nodig is om dieren te houden, te voeren en te verwerken tot producten. Door beter te begrijpen waar de grootste klimaatimpact zit, kun je als consument, boer of beleidsmaker gerichter keuzes maken.
Broeikasgassen uit de maag en mest
Herkauwers zoals koeien en schapen produceren methaan tijdens het verteren van hun voer. Dit gas ontstaat in de maag en komt vrij via boeren. Methaan heeft een sterk opwarmend effect, vooral op de korte termijn. Daarnaast komt uit mestopslag lachgas en extra methaan vrij. Hoe meer dieren er zijn en hoe intensiever de productie, hoe hoger deze uitstoot. Bij varkens en kippen speelt vooral de uitstoot uit mest en stallen een rol, niet de maag.
Landgebruik en ontbossing voor veevoer
Een groot deel van de klimaatimpact van veeteelt ontstaat buiten het zicht, via landgebruik. Voor veevoer zijn enorme oppervlakten landbouwgrond nodig. Vaak gaat het om soja en mais, die soms worden verbouwd op voormalige natuur- of bosgebieden. Wanneer bos wordt gekapt, komt de opgeslagen koolstof vrij en verdwijnt een belangrijk systeem dat CO₂ kan opnemen. Grasland kan wel koolstof in de bodem vastleggen, maar dit effect is beperkt wanneer het land intensief wordt benut en vaak wordt bemest of omgeploegd.
Verborgen energiegebruik in de veeproductieketen
Naast de directe uitstoot van dieren en mest is er veel indirect energiegebruik in de keten. Dit maakt de totale klimaatimpact van veeteelt groter dan alleen de emissies op het boerenbedrijf.
Productie van kunstmest en veevoer
Om genoeg voer te produceren, wordt vaak kunstmest gebruikt. Het maken van kunstmest kost veel energie en zorgt voor extra uitstoot van broeikasgassen. Ook het malen, mengen en transporteren van veevoer verbruikt brandstoffen. Hoe meer bewerkte en geïmporteerde voeders worden ingezet, hoe groter de klimaatvoetafdruk per kilo dierlijk product kan worden.
Verwerking, koeling en transport van dierlijke producten
Na de boerderij volgt nog een hele keten van slachterij, verwerking, verpakking, opslag en transport naar winkels en horeca. Koelinstallaties en gekoeld vervoer verbruiken veel energie. Dierlijke producten vragen doorgaans meer koeling en bewerking dan plantaardige basisproducten. Daardoor groeit de totale uitstoot per kilo vlees, kaas of zuivel in vergelijking met bijvoorbeeld peulvruchten of granen.
Hoe kunnen we de impact van veeteelt verkleinen
De impact van veeteelt op klimaatverandering is aanzienlijk, maar niet onveranderlijk. Door aan verschillende knoppen tegelijk te draaien kunnen we de uitstoot verminderen zonder dat iedereen exact hetzelfde hoeft te doen.
Minder en anders dierlijk eten
Voor consumenten ligt de grootste hefboom bij de hoeveelheid en soort dierlijke producten op het bord. Minder vlees en zuivel, vaker kiezen voor plantaardige eiwitten en als er vlees wordt gegeten eerder gevogelte dan rundvlees, verkleint de vraag naar veeteelt met hoge uitstoot. Dat verlaagt zowel methaanemissies als de druk op landgebruik en veevoer.
Duurzamere veehouderij en beter beleid
Boeren kunnen technieken inzetten om methaan uit mest te verminderen, efficiënter met veevoer om te gaan en meer weidegang en natuurinclusieve systemen te gebruiken. Beleidsmakers kunnen dit ondersteunen met duidelijke doelen, eerlijke prijzen en het belonen van boeren die emissies verlagen en landschap herstellen. Samen bepaalt dit of veeteelt zich ontwikkelt richting een kleiner, klimaatvriendelijker en meer circulair systeem.