"Een warmtepomp is duur." Het is de meest gehoorde reactie, en op zichzelf klopt hij ook. Maar het is een half antwoord, want de aanschafprijs is maar één van de drie getallen die samen bepalen wat een warmtepomp je uiteindelijk kost. De andere twee — subsidie en jaarlijkse besparing — vallen per woning zó verschillend uit dat een gemiddelde eigenlijk niets zegt.
Hieronder de rekensom in drie stappen, met de bandbreedtes die je in 2026 in Nederland tegenkomt.
Stap 1: de aanschafprijs verschilt met een factor tien
De term "warmtepomp" dekt vier heel verschillende apparaten, met even verschillende prijskaartjes. Inclusief installatie, vóór subsidie, zien de bandbreedtes er ongeveer zo uit:
Type
Indicatieve totaalprijs
Warmtepompboiler (alleen tapwater)
€ 2.000 – € 4.000
Hybride systeem (naast de cv-ketel)
€ 5.000 – € 9.000
Lucht-water, all-electric
€ 9.000 – € 18.000
Grond-water / water-water
€ 15.000 – € 25.000+
Die spreiding binnen één type is geen slordigheid. Ze komt vooral uit het installatiewerk: moeten er radiatoren vervangen worden, moet er een vloer open, hoe lang is de leidingroute naar de buitenunit, en moet de groepenkast worden aangepast? Een gedetailleerde uitsplitsing van wat een warmtepomp kost laat zien dat de installatie bij een bestaande woning regelmatig een derde tot de helft van het totaalbedrag is.
Dat is meteen het belangrijkste advies bij het opvragen van offertes: vergelijk niet de prijs van het toestel, maar de prijs van de complete installatie inclusief inregelen.
Stap 2: trek de subsidie eraf
De ISDE-regeling verlaagt dat bedrag fors. Voor een lucht-water warmtepomp loopt het bedrag in 2026 grofweg van € 2.000 tot € 3.500, opgebouwd uit een startbedrag plus een bedrag per kW vermogen, met een bonus voor de zuinigste labelklassen. Bodemgebonden systemen zitten hoger — richting € 4.000 tot € 6.000 — omdat de investering daar ook hoger ligt. Voor een lucht-lucht warmtepomp, de gewone split-airco, bestaat geen ISDE.
Drie dingen die mensen vaak verrassen:
J1. e vraagt achteraf aan. Pas ná installatie en betaling, via het RVO-portaal met DigiD. Het apparaat moet op de meldcodelijst staan en door een gecertificeerde installateur geplaatst zijn — zelf monteren sluit de subsidie uit.
Isolatie telt mee, en verdubbelt. Laat je meer dan één isolatiemaatregel uitvoeren, dan verdubbelt het subsidiebedrag voor isolatie. Combineer je isolatie en een warmtepomp binnen de gestelde termijn, dan pakken beide regelingen gunstiger uit.
De voorwaarden schuiven jaarlijks. In 2026 vallen bijvoorbeeld bepaalde split-uitvoeringen met een koudemiddel met hoge GWP-waarde buiten de regeling. Het overzicht van de ISDE-subsidie voor 2026 zet de actuele voorwaarden op een rij; de definitieve bedragen per model staan altijd op de meldcodelijst van RVO.
Stap 3: reken de jaarlijkse besparing door
Hier zit de kern. Een warmtepomp vervangt gas door stroom, en of dat gunstig uitpakt hangt af van twee dingen: de prijsverhouding tussen gas en elektriciteit, en het rendement van de installatie.
Voor een referentiewoning die nu ongeveer 1.300 m³ gas per jaar verbruikt, komen de besparingen indicatief uit op:
• warmtepompboiler: ± € 175 per jaar
• hybride: ± € 375 per jaar
• lucht-water all-electric: ± € 1.150 per jaar
• grond-water: ± € 1.400 – € 1.475 per jaar
Zet die getallen naast de investering na subsidie en je krijgt terugverdientijden die grofweg tussen de zeven en vijftien jaar liggen — bij een technische levensduur van vijftien tot twintig jaar. Voor de warmtepompboiler en het hybride systeem is de terugverdientijd doorgaans het kortst, simpelweg omdat de investering laag is.
Het rendement doet daarbij meer dan de meeste mensen denken. Het verschil tussen een SCOP van 3,0 en 4,0 scheelt ongeveer een kwart op het elektriciteitsverbruik voor verwarming, en dat verbruik ligt bij een all-electric woning al gauw op 3.000 tot 5.000 kWh per jaar. Een paar honderd euro per jaar, alleen door beter isoleren en op een lagere aanvoertemperatuur te stoken.
De tussenweg die vaak wordt overgeslagen
Wie de tabel hierboven bekijkt, ziet dat de grootste sprong in besparing zit tussen hybride en all-electric — maar dat de grootste sprong in kosten daar óók zit. Voor woningen waar de isolatie nog niet compleet is, is de hybride warmtepomp daarom vaak de verstandigste eerste stap. Het toestel neemt het grootste deel van het stookseizoen voor zijn rekening, de cv-ketel vangt de koudste dagen en het tapwater op, en de bestaande radiatoren kunnen blijven hangen.
Het nadeel is even eerlijk te benoemen: je houdt een gasaansluiting, met het vastrecht dat daarbij hoort, en je haalt niet het volledige besparingspotentieel. Voor veel woningen uit de jaren zestig en zeventig is het niettemin de route die financieel én bouwkundig het snelst rendeert — met all-electric als logische vervolgstap zodra de isolatie op orde is.
Wat je hieruit meeneemt
Er bestaat geen prijskaartje voor "een warmtepomp". Er bestaat wel een rekensom: aanschafprijs min subsidie, gedeeld door de jaarlijkse besparing. Vul die in met de cijfers van jóuw woning — verbruik, isolatieniveau, afgiftesysteem — en het antwoord wordt opeens heel concreet.
En bijna altijd geldt: eerst isoleren maakt alle drie de getallen gunstiger tegelijk.